|
|
| Romp | Ronde stenen molen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 23,10 m. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oud-Hollands | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Deze molen heeft nooit een wiekverbetering ondergaan. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Op initiatief van pastoor De Bie liet de landbouwer/koopman Petrus Johannes Backs uit Overberg de molen in 1862 voor zichzelf bouwen. Uit de verleende vergunning blijkt dat het ook de bedoeling was om de molen als oliemolen te gaan gebruiken. Backs zou twintig jaar op de molen blijven werken met hulp van de uit Rucphen afkomstige inwonende knecht Jacobus van Beethoven.
In 1882 nam Erasmus van den Berg de molen over. Daarvoor verstrekte wederom pastoor De Bie een lening. Erasmus had de bijnaam 'Muske' en oefende tot 1908, toen hij bijna 72 jaar oud was, het muldersbedrijf uit. Nieuwe eigenaar werd toen J. Goris uit Ossendrecht, die de molen had aangekocht voor zijn zonen Piet en Jo. Als knechts werkten Giel van Es en Adrianus, zoon van de oud-eigenaar Erasmus van den Berg. In 1918 werd deze laatste bij het afzeilen door de bliksem getroffen en overleed een paar maanden later aan de gevolgen. De molen is al zeer lang geleden buiten bedrijf gekomen. Een tussen 1940 en 1945 gemaakte foto toont de molen met slechts één roede. Die situatie veranderde tot 1969 niet meer. In 1966 verkocht J.Q. Goris de intussen sterk vervallen molen aan de gemeente. Die laatste liet tussen 1967 en 1969 een grote restauratie uitvoeren. Volgens mededeling heeft deze molen bij de grote restauratie van 1967/69 een bovenwiel gekregen, dat afkomstig zou zijn uit de in 1965 gesloopte korenmolen De Dankbaarheid te Middelharnis. Verondersteld werd dat in dat geval bovenschijfloop en vang ook uit deze molen afkomstig zijn. Onderzoek ter plaatse heeft dit echter niet kunnen bevestigen, al lijkt het bovenwiel inderdaad niet origineel voor deze molen gemaakt: het is met een sterk verkleinde spiegel en extra wiggen om de (extreem dunne en twaalfkant uitgevoerde) houten as aangebracht. Gezien bepaalde bouwsporen en restanten van constructiedelen wordt vermoed dat deze molen vroeger in ieder geval een oliewerk (hetgeen overeenkomt met de vergunning uit 1862), maar mogelijk ook een houtzaagwerk heeft gehad. Aanvullingen
Literatuurverwijzingen:
De Brabantse Molens (1974), pp. 49/51 en 422/423
©
1967. De molen op het dieptepunt: intens verval, kort voor de grote restauratie. (verzameling Ton Meesters).
Draag zelf bij
|