Nederlandse Molendatabase  
Geldrop, Noord-Brabant
Database nr. 522
Inventaris nr. NB033
Naam `t Nupke
Bouwjaar 1843
Type Beltmolen
Kenmerken Ronde stenen molen
Functie Korenmolen
Ligging Molenakker 3
5664 ET Geldrop
Rijksdriehoek X: 166711 Y: 380879
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Gemeente Geldrop-Mierlo
Kadaster Gemeente Geldrop, sectie D, nr. 2519
Monumentennummer 16032
Landsch. waarde Niet onbelangrijk; wordt echter van de zijde van het dorp verminderd door een groot en hoog ziekenhuisgebouw. Ook is er wat veel beplanting in de omgeving.
Eigenaar Gemeente Geldrop sinds 1978, daarvoor de fam. Obbing
Bedrijfsvaardigheid Maalvaardig
Bestemming Het malen van graan, thans op vrijwillige basis
Molenaar Hans Tielemans / Frans Tullemans
Bezoekmogelijkheid Zaterdag 10.00 - 16.00 uur en op afspraak.

© Foto: Stefan Boumans (28-9-2013).   
Constructie
Romp Ronde stenen molen, deels gepleisterd; geheel gewit
Kap Gedekt met dakleer
Vlucht 26,00 m.
Wiekenvorm Oud-Hollands
Wiekverbeteringen Deze molen heeft nooit een wiekverbetering ondergaan.
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Franseng.n.-???26.00 m.
klik voor meer info Derckx0296buiten19791979aanw.26.00 m.
klik voor meer info Derckx0297binnen19791979aanw.26.00 m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Aerschot, vang.n.??aanw.04.55 m.
Kruiwerk Engels, kruilier
Vang Losse Vlaamse blokvang uit vier stukken; vangbalk met haak; vangtrommel
Inrichting En koppel 17der blauwe en n koppel 17der kunststenen; sleepluiwerk; enige restanten van een oliewerk op de begane grond.
Overbrengingen Bovenwiel 73 kammen
Bovenschijf 36 staven, steek 12,0 cm.
Spoorwiel 65 kammen
Steenschijven 25 kammen, steek 9,5 cm.
Overbrengingsverhouding 1 : 5,27
Verwijzingen
Eigen website `t Nupke
Ten-Bruggencatenr. 02608
allemolens.nl zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie
Geschiedenis
De bouwer/eigenaar/molenaar van deze Geldropse beltkorenmolen op een perceel was de uit het Belgische Overpelt afkomstige Anthony Sevens. Uit de schaarse archiefstukken is bekend dat deze molenaar in compagnie met molenaar Dirk Verbeek uit Heeze waarschijnlijk al vr 1814 de watermolen op de Kleine Dommel in Geldrop en de windmolen in Zesgehuchten bemaalde. Dirk Verbeek was de pachter van voornoemde molens en Sevens was bij hem in dienst als molenaar en dat beiden - om wat voor reden dan ook - onenigheid met elkaar kregen.
Sevens verbrak eind 1841 de samenwerking om in Geldrop een eigen windgraan- en oliemolen te bouwen, waartoe hij op 18 december van dat jaar aan Z.M. Koning Willem II vergunning vroeg. Voor onze aan ambtelijke rompslomp gewende tijd wekt het verwondering dat het gemeentebestuur van Geldrop op 5 januari 1842 het proces-verbaal opmaakte en vijf dagen later aan de Commissaris van de Koning liet weten dat er geen bedenkingen tegen het plan bestonden.

Toen de molen op het perceel, genaamd Het Nupke, in 1843 verrezen was, verkreeg Sevens ingevolge de wet van 28 maart 1828 op zijn verzoek vrijdom van grondbelasting voor acht achtereenvolgende jaren. Hij heeft ze niet kunnen volmaken, want hij overleed in 1849 op zestigjarige leeftijd. De erven Sevens zetten de zaak voort en staan dan in het patentregister beschreven als windkorenmolenaar, boekweitmolenaar, moutmolenaar, olieslager en garstpeller.
In 1849 volgt zijn 28-jarige zoon Anthonius hem op als molenaar. Daarna meldt zich weer de familie Verbeek in de persoon van de uit Heeze afkomstige Theodorus Verbeek, een rasechte molenaarszoon, die in 1870 op 38-jarige leeftijd de molen aankoopt. De mulder vestigt zich met zijn vrouw en kinderen vanuit Stiphout in Geldrop. De perceelsaanduiding gewaagt in 1873 van de Kiezelweg en de mulder staat in het laatste patentregister beschreven als windkorenmolenaar, binnenlands koopman in het klein, moutmolenaar, bij afwisseling olieslager.

Als Theodorus Verbeek zich tenslotte uit de zaken terugtrekt, zetten zijn zoons het bedrijf voort, tot in 1920 de derde eigenaar op de molen komt. De dan 26-jarige Paulus Joseph Rooymans, die zich al een jaar eerder vanuit Eersel in Geldrop vestigde. Alszijn beroep wordt vermeld: molenaar, reiziger en herbergier. Hij trouwt in Geldrop op 15 juni 1920 met de 22-jarige Wilhelmina Smeets uit Valkenswaard, die de komende twaalf jaar ten minste acht kinderen ter wereld zal brengen. De in de kadastrale legger als graanoliemolen aan de Kiezelweg aangeduide windmolen zal dertien jaar in Rooymans' bezit blijven; hij verkoopt deze in 1933 aan Johannes Bernardus Obbing.

In 1932 komt Obbing met vrouw en kind vanuit Waalre in Geldrop wonen en vestigt zich, na aankoop van de molen in het molenhuis aan de Laarstraat. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: twee dochters en een zoon. Bij de bevrijding van Geldrop in 1944 wordt de elfjarige zoon Antonius door een militair voertuig overreden.
Molenaar Obbing bleef tot aan zijn dood in 1967 zijn beroep uitoefenen. Zijn vrouw was in 1963 overleden, waardoor de molen in eigendom overging naar de dochters Hendrika en Johanna Obbing.

Omdat de dochters niet het beroep van molenaar uitoefenden, stond de molen de volgende tien jaar buiten werking, wat leidde tot groot verval. De gemeente Geldrop, die zich in 1949 al verbonden had mulder Obbing niet in de uitoefening van zijn beroep te belemmeren en daarom aan de nieuwe weg, de Molenakker, een open bebouwing voorschreef, liet notarieel vastleggen dat zij bij eventuele verkoop van de molen recht van voorkeur had.
In 1978 kocht de gemeente Geldrop - na veel vijven en zessen - de molen aan en werd, met grote inzet van molenbouwer Adriaens en diezelfde gemeente, aan een twee ton kostende restauratie begonnen die een jaar in beslag zou nemen.

Technisch is dit een opmerkelijke molen: wat onmiddellijk opvalt is het zeer grove metselwerk aan de binnenkant: tussen de luizolder en de (zeer lage) kapzolder bevindt zich een enorme loze ruimte: deze was vroeger bezet door een zetelkruiwerk. Dit kwam op meer Brabantse molens voor, maar is thans in Nederland verdwenen; in deze molen zijn nog enkele sporen aanwezig.
Het huidige vrij kleine spoorwiel is, met beide steenschijven, afkomstig uit een andere molen te Geldrop. Vermoedelijk zijn zij hier in 1927 aangebracht vanwege een gunstiger overbrenging. De maalstenen staan thans veel dichter bij elkaar dan vr 1927 het geval was.
Ook het bovenwiel is overduidelijk niet origineel voor deze molen gemaakt, maar afkomstig uit een standerdmolen; het is in verhouding erg groot en nog behoorlijk afgeschrooid om het hier inpasbaar te kunnen maken.
Onderin de molen heeft, zoals in meer Brabantse molens, lang geleden een (enkel) oliewerk gezeten. Ook hiervan zijn nog restanten aanwezig.
Aanvullingen
Over de naam:
't Nupke is het Brabantse woord voor knopje, knoopje of bultje. Het stuk grond waar de molen staat, wordt door de bewoners van Geldrop vanouds zo genoemd. Na de grote restauratie in de jaren '70 besloot de toenmalige vrijwillig molenaar de molen naar zijn omgeving te vernoemen.

© Foto's: Frits Kruishaar (20-8-2011).

© Foto: Gerard Sturkenboom (5-6-2006).

© Foto: Frits Kruishaar (20-8-2011).

© Foto: Stefan Boumans (28-9-2013).

© De molen omstreeks 1925 als zeer opvallende reclamezuil voor Sluis biscuits uit Deventer.
Foto n.n. (verzameling Jelle van Daalen).

© Prachtige opname van de nog helemaal vrij liggende malende molen.
Foto: ? (verzameling Ton Meesters).
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: woensdag 19 maart 2014 | Foto

bovenzijde Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten    

zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen `t Nupke, Geldrop home vorige pagina