Nederlandse Molendatabase
Sint Agatha, Noord-Brabant
Database nr. 508
Inventaris nr. NB015
Ten-Bruggencatenr. 01617
Naam Jan van Cuyk
Bouwjaar 1860
Type Beltmolen
Kenmerken Ronde stenen molen
Functie Korenmolen
Ligging Heerstraat 4
5435 PC Sint Agatha
Rijksdriehoek X: 189719 Y: 414786
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Gemeente Cuijk
Kadaster Gemeente Cuijk, sectie C, nr. 5232
Monumentennummer 11621
Landsch. waarde Groot
Eigenaar Gemeente Cuijk
Bedrijfsvaardigheid Maalvaardig
Omwentelingen 2009: 62.739
2010: 49.829 (herstelbeurt)
2011: 56.638
2012: 59.853
2013: 65.210
Bestemming Het malen van graan, thans op vrijwillige basis
Molenaar Stefan Willems / Johan Reijnders
Telefoon 0485-318028
Bezoekmogelijkheid Zaterdag 9.30 - 13.00 uur en de tweede zondag van iedere maand 11.00 - 15.30 uur.
Meelverkoop

Foto: Rob Simons (6-10-2012).
Constructie
Romp Ronde stenen molen, geheel gewit; belt sinds 1942 voor de helft afgegraven en vervangen door pakhuis.
Kap Gedekt met dakleer
Vlucht 23,00 m.
Wiekenvorm Systeem Van Bussel met neusremkleppen op beide roeden.
Wiekverbeteringen Sinds 1942 heeft deze molen op beide roeden het systeem-Van Bussel op beide roeden; vanaf 1945 tevens met remkleppen.
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Derckx0506buiten19851985-23.00 m.
klik voor meer info Franseng.n.buiten19151915?1983c23.00 m.
klik voor meer info Pot1411binnen1884--23.00 m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Mercxg.n.??aanw.05.20 m.
Kruiwerk Engels met 43 rollen, kruilier
Vang Vlaamse vang; vangbalk met haak; vangtrommel
Inrichting Eén koppel 16der kunststenen (vh. gatenstenen); sleepluiwerk; steenkraan
Overbrengingen Bovenwiel 65 kammen
Bovenbonkelaar 34 kammen
Spoorwiel 90 kammen
Steenschijfloop 29 staven
Overbrengingsverhouding 1 : 5,93
Hoogte van de belt: 3,00 m.
Molenmaker Poos (1860)
Versiering
Eenvoudige baard met het opschrift '1860'.
Verwijzingen
Eigen website Jan van Cuyk
allemolens.nl zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie
Geschiedenis
Volgens de baard is de Jan van Cuijk in 1860 gebouwd. Lang was dit onduidelijk, maar onlangs is bewezen uit oude stukken dat Vincent, de tweede zoon van de Beerse molenaar Wilhelmus van Riet, in 1860 deze molen liet bouwen door molenmaker Poos. Vincent van Riet trouwde met Maria, de dochter van de Gasselse burgemeester Peter Poos. Burgemeester Poos had drie kinderen, die allen iets met molens van doen hadden. Maria was getrouwd met molenaar Vincent van Riet en Gerardus was molenaar in Cuijk. Ook molenmaker Poos was een zoon van burgemeester Poos.
De Cuijkse graan- en schorsmolen is door gebrek aan belangstelling van de zonen van Vincent van Riet overgegaan naar zijn oudste knecht Pieter Isaak Groen, beter bekend omdat hij later burgemeester werd van Cuijk. Dit moet na 1884 zijn geweest, want in dat jaar bestelde Van Riet bij de firma Pot nog een binnenroede.
Later ging de molen nog over in eigendom naar de oudste knecht van Groen, Willem van der Stappen en vervolgens naar de Mookse herbergier Gerard Willems. Het geslacht Willems zou de molen tot in de tweede wereldoorlog in bezit houden.

Sjef Kessels kon koren malen met zijn ogen dicht.

Toen mijn grootvader Sjef Kessels in 1977, samen met Niek Wortman, begon met het geven van de opleiding tot vrijwillig molenaar in het Land van Cuijk, werd hem regelmatig gevraagd of hij de aspirant-molenaars goed kon leren koren te malen. “Je moet twee jaar lang elke dag op de molen zijn en als je het in de vingers hebt, leer je het dan wel”, was zijn antwoord.
Als molenaarskleinzoon zag ik hem dan aan de maalbak staan, in de ene hand had hij de licht, een touw waarmee hij de bovenste steen kon lichten, en met zijn andere hand voelde hij of het meel goed gemalen was. Goed malen is een hele kunst en mijn grootvader kon koren malen met zijn ogen dicht. Het gemalen meel werd opgevangen in zakken waar Kessels naam opgedrukt stond. Deze zakken mocht ik dan als jongen van 4 jaar samen met mijn vader, welke werkzaam was in het molenbedrijf, met de oude Opel Blitz wegbrengen naar de boeren in de wijde omtrek. Als ik nu, dertig jaar later, door de molen loop zie ik dit nog allemaal in mijn gedachten gebeuren. Alleen nu zonder mijn grootvader Sjef de mulder zoals hij in Cuijk genoemd werd. Ik vraag me wel eens af hoe hij het gevonden zou hebben, als hij wist dat zijn kleinzoon nu aankomend molenaar is op de Jan van Cuijk.
Het geslacht Willems zou de molen tot in de Tweede Wereldoorlog in bezit houden. Als ik mijn familiestamboom bekijk, dan moet ik opmerken dat deze generatie Willems ook voorkomt in mijn familie.
De oorlog ging aan de Jan van Cuijk niet geruisloos voorbij. In de meidagen van 1940 kwam de molen onder Duits vuur te liggen. De beschadigingen aan de molen vielen mee, maar de schuur langs de molen brandde geheel af. Na het begin van de oorlog werd de molen gerestaureerd. Hij kreeg hierbij zijn witte uiterlijk en van Bussel – stroomlijnneuzen. Het huidige pakhuis werd aangelegd en verving de belt aan de oostzijde. Op 21 november 1942 werd de molen heropend.
Op 15 juni 1943 nam mijn grootvader de Jan van Cuijk over van weduwe P. Willems - Bernards. De molen was toen vanaf 1918 in hun bezit, verkregen uit een erfenis. Sjef Kessels kocht in 1931 samen met zijn broer Martien de molen in Heijen. De beide, uit Meerlo afkomstige, molenaars bemaalden samen deze molen. Sjef Kessels had inmiddels verkering gekregen met Maria Derksen. Maria Derksen was werkzaan in het naast de molen gelegen café –restaurant, dat uitgebaat werd door de vrouw van mijn grootvaders broer Martien. Hij verliet na een boedelscheiding in 1942 de Heijense molen.
Sjef Kessels huurde in Cuijk, de pas gerestaureerde, molen van de net weduwe geworden Willems–Bernards. Dagelijks kwam hij op de fiets van Heijen naar Cuijk, totdat het tijdelijk woonhuis onder in het pakhuis gereed was. Op 15 juni 1943 nam Kessels de molen over van de weduwe Willems. Mulder Kessels had niet lang plezier van de gerestaureerde molen. Tijdens de Geallieerde operatie Market Garden wisten Amerikaanse paratroepen van het 82-parachutistenbrigade Cuijk snel te veroveren. De overzijde van de Maas bij Cuijk bleef echter in Duitse handen. Van achter de Cuijkse spoorlijn beschoot de Amerikaanse artillerie Mook onophoudelijk. Op hun beurt beschoten de Duitsers Cuijk van over de Maas. De molen, die dicht aan de Maas ligt, kreeg twee voltreffers; deze veroorzaakten twee grote gaten in de molenromp en vernietigden bijna het gehele binnenwerk. Het wiekenkruis, dat net nieuw was, en de kap bleven gelukkig onbeschadigd. Wel was het een wonder dat de romp niet in elkaar zakte.
Na de oorlog werd de schade snel hersteld. De stroomlijnneuzen werden nu uitgerust met remkleppen. In deze zelfde periode verhuisde het molenaarsgezin van de woning in het pakhuis naar de 100 meter zuidelijk gelegen molenaarswoning.
In 1959 worden de lasten van de molen voor mulder Kessels toch te groot. Vooral het schilderwerk wordt te duur. De gemeente weigert de sloop van deze dan nog in goede staat verkerende molen. Wel sluit zij de molen aan op het elektriciteitsnet. Zo ontstond onder in de molen een mechanische maalderij.
Op deze manier kon Kessels het redden tot 1971. Toen was het voor hem niet meer mogelijk om de molen te onderhouden en schoot de gemeente Cuijk te hulp door de, inmiddels op de monumentenlijst geplaatste, molen te kopen.
In 1977 komt vrijwillig molenaar Niek Wortman op de Jan van Cuijk. Samen met mulder Kessels verzorgt hij de opleiding voor zestien vrijwillig molenaars. Na het overlijden van mijn grootvader neemt Niek het beheer over. De tweede geslaagde vrijwilliger, Ben Verheijen, neemt in 1981 het beheer over van Niek.
Nu is wel de geschiedenis van de Jan van Cuijk nogmaals beschreven, maar over mezelf heb ik het nog niet gehad. Zoals hierboven al bleek, ben ik de kleinzoon van de laatste beroepsmulder van deze molen. Ik heb mijn hele leven al interesse gehad in molens. Dit kan ook niet anders, want het is me met de paplepel ingegoten. Ik liep in mijn jeugd bijna dagelijks op de molen rond, totdat ik naar school moest. Dikwijls was ik na schooltijd en op zaterdagen bij mijn opa op de molen.
Het was op een decemberavond toen ik weer eens bij mijn grootouders logeerde en ik mijn grootvader vroeg of ik het dikke Brabants Molenboek mocht inzien. Ik wilde namelijk een spreekbeurt voorbereiden. Dit moet op de lagere school geweest zijn toen ik in de vijfde klas zat. Hij gaf mij het boek en zei: ”Jongen doe er maar wat mee, het is voor jou.” Het was ook die avond dat mijn grootvader een noodlottig ongeval kreeg. Aan de gevolgen hiervan is hij enkele dagen later overleden. Dit voorval heeft destijds op mij zo’n diepe indruk gemaakt, dat ik al snel besloot dat ik ook molenaar wilde worden. In 1983 ben ik begonnen als officieel leerling-molenaar op de Jan van Cuijk. Al snel ben ik gaan zwerven langs diverse molens in het Land van Cuijk. Op nationale molendag in 1984 ben ik bij Johan Reijnders op de Korenbloem in Mill terechtgekomen. Johan was immers net geslaagd en kon wel wat hulp gebruiken. Na wat afgewisseld te hebben met o.a. de Luctor et Emergo te Rijkevoort, kwamen we uiteindelijk terecht op de Heimolen in St. Hubert. Op deze molen hebben we ruim 2 jaar gedraaid.
In 1988 ben ik samen met Johan Reijnders gaan draaien op de nieuw gebouwde standerdmolen de Neije Kreiter in Volkel. De voorganger van deze molen brandde in 1983 af in een novemberstorm. Omdat de vroegere molenaar van deze molen inmiddels was overleden, zijn we via Nol Naaijkens op die molen terechtgekomen. Een geheel nieuw gebouwde standerdmolen was destijds een hele uitdaging. Ik heb hier dit ook altijd met plezier gedraaid.
Mijn opleiding heb ik destijds op een laag pitje gezet, deels omdat ik het zelf niet altijd eens was met de manier van opleiden en examineren, en deels omdat de Gemeente Uden dit ook niet verlangde.
Het geheel kreeg plots een andere wending toen ik vorig jaar met Ben Verheijen in contact kwam. Hij nodigde me uit om weer eens langs te komen op de Jan van Cuijk. En toen ik weer door de molen liep kwamen de herinneringen uit mijn jeugd weer omhoog. Molen Jan van Cuijk heeft toch een speciale plek in mijn leven. Het is immers de plek waar ik mijn jeugd doorgebracht heb. Het is de plek waar mijn grootouders ruim 35 jaar hard gewerkt hebben. Het is de plek waar mijn ouders gewoond hebben en getrouwd zijn. En als laatste is het de plek waar ik mijn vrouw Bianca heb leren kennen, zij woonde immers naast deze mooie molen. Ik kan haast niet anders zeggen dan dat de Jan van Cuijk `mijn plek` is. En gelukkig was er die plek; molenaar Ben Verheijen bood mij aan om op deze molen te komen draaien. Onlangs heb ik de draad weer opgepakt. Ik hoop in het voorjaar mijn diploma tot molenaar te behalen om zo de Jan van Cuijk nog jarenlang draaiende te kunnen houden. Verder hoop ik nog lang de bezoekers van deze molen te kunnen vertellen: “mijn grootvader Sjef Kessels kon koren malen met de ogen dicht”…
Stefan Willems
Molenaar Jan van Cuijk

In 1942 is de 3 meter hoge molenbelt aan de oostzijde afgegraven en vervangen door een pakhuis gebouwd volgens tekening en onder leiding van het bureau wederopbouw (architect Strik).
In het voorjaar van 2010 is de molen geheel geschilderd. Hierbij is de kleurstelling van 1942 weer toegepast.
De Fransen-buitenroede, gemaakt in 1915 en vervangen in 1984, wordt als souvenir naast de molen bewaard.
Het gatenscherpsel van het koppel maalstenen is inmiddels gewijzigd in een normaal scherpsel.
Overige foto's

© Foto: Rob Simons (6-10-2012).

© Foto: Rob Simons (6-10-2012).
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: zondag 5 januari 2014 | Tellerstand

bovenzijde Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten    

zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen Jan van Cuyk, Sint Agatha home vorige pagina