Nederlandse Molendatabase
Budel, Noord-Brabant
Database nr. 506
Inventaris nr. NB013
Ten-Bruggencatenr. 02859
Naam Nooit Gedagt
Bouwjaar 1846 / 1976
Type Stellingmolen
Kenmerken Ronde stenen molen
Ligging Meemortel 24
6021 AE Budel
Rijksdriehoek X: 168570 Y: 364467
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Gemeente Cranendonck
Kadaster Gemeente Budel, sectie C, nr. 2488
Monumentennummer 11267
Landsch. waarde Groot maar wordt verminderd door omringende bebouwing. Op NW storende begroeiingen. Afgezien daarvan is de windvang prima.
Eigenaar M., J. en H. Kees
Bedrijfsvaardigheid Maalvaardig
Bestemming Het malen van graan op professionele basis
Molenaar Johan en Henrie Kees
Telefoon 0495-497956
Bezoekmogelijkheid Molen: op afspraak.
Winkel: donderdag, vrijdag en zaterdag 9.00 - 12.00 en 13.00 - 18.00 uur.

© Foto: Rob Simons (14-11-2012).
Constructie
Romp Ronde stenen molen; het verhoogde deel is heel licht getailleerd gemetseld
Kap Gedekt met dakleer
Vlucht 24,60 m.
Wiekenvorm Systeem-Fauël met automatische remkleppen op beide roeden
Wiekverbeteringen In 1980 werd de binnenroede van deze altijd Oud-Hollands opgehekte molen voorzien van het systeem-Fauël (fokwieken) met automatische remkleppen; in 1985 gebeurde ditzelfde met de buitenroede.
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Derckx0202buiten19761976aanw.24.60 m.
klik voor meer info Derckx0203binnen19761976aanw.24.60 m.
klik voor meer info Pot --binnen....1919197625.00c m.
klik voor meer info Pot --buiten....1919197625.00c m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Sterkman & Zn, wed. A.036918651919aanw.05.03 m.
Kruiwerk Engels, kruilier
Vang Losse Vlaamse blokvang uit vier stukken; vangbalk met haak; vangtrommel; vangstok
Inrichting Eén koppel 17der blauwe en één koppel 17der kunststenen; mengketel, elevator; twee builen; silo's; stofafzuiging; vijzels; graanpletter; één koppel blauwe maalstenen in een maalstoel, elektrisch aangedreven.
Overbrengingen Bovenwiel 61 kammen
Bovenschijfloop 39 staven, steek 11,0 cm.
Spoorwiel 68 kammen
Steenschijflopen 22 staven, steek 11,3 cm.
Overbrengingsverhouding 1 : 4,83
Hoogte van de stelling: ca. 5,00 m.
Molenmaker J.A. Gors, Bree (B), (1846)
Fa. Adriaens, Weert (1976)
Versiering
Aardige baard (1976/2011) met geschulpte rand, wit geverfd met rode bies. In gotische letters, rood geschilderd, uitgesneden: "Nooit Gedagt anno 1846"

Eenvoudige achterbaard (1976) met enkele krullen, wit geverfd met rode bies.

Windvaantje met paard en ruiter

Boven de toegangsdeur een gevelsteen met het opschrift:
'Ioann. Ant. Gors en zynne huis vrouw Ioh. Maria Smits 18 46'.
In de vier hoeken in rood een waaiermotiefje.

Van het spoorwiel zijn kruisarmen en velgen roomkleurig geschilderd, de plooistukken zijn donkerbruin. Van het ene rondsel zijn de schijven beschilderd straalsgewijze bogen, afwisselend wit en rood; van het andere rondsel zijn de schijfdelen afwisselend rood en wit. Bij de wieg zijn ze afwisselend geel en rood.
Verwijzingen
Eigen website Nooit Gedagt
allemolens.nl zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie
Geschiedenis
Aanvankelijk had Budel een uit de middeleeuwen stammende molen, waarvan de Heer van Cranendonck, waartoe Budel na 1421 officieel behoorde, de molenrechten bezat (molendwang). Deze oude molen brandde in 1921 af en werd niet meer hersteld.
Toen het alleenrecht om op de Oude Molen te laten malen in de negentiende eeuw door een tijdelijke sluiting niet uitgeoefend kon worden, werd de molen Nooit Gedagt gebouwd.

De uit het Belgische Bree afkomstige J.A. Gors liet in 1846 deze molen bouwen. Hij verpachtte de molen aan Jan Rooijmans, maar plaatste in 1867 zijn zoon Hendrik Gors op de molen, toen die zijn studie aan het Groot Seminarie voor R.K. priester staakte. Rooijmans bouwde daarop in 1869 in Budel zijn eigen molen: deze zou veel later 'Zeldenrust' worden genoemd.
Na H. Gors was L. Beelen vanaf 1899 molenaar. De weduwe Gors verhuurde de molen vanaf 1909 aan Jan Kees, die tien jaar later eigenaar werd. Sindsdien is deze molen in de familie Kees gebleven.

Tot 1919 was deze molen, opmerkelijk, een zetelkruier. In dat jaar werden de huidige kap met Engels kruiwerk, gietijzeren as en ijzeren roeden aangebracht. De oude houten bovenas en -wiel zijn toen vermoedelijk naar Kaulille (B.) gegaan. De as dient daar als draagbalk voor de koning. De balken van het zetelkruiwerk waren tot aan de restauratie van 1976 aanwezig. De huidige kapzolderbalken zijn vervaardigd uit de oude schoren.

Nadat de molen in de loop van de jaren '60 en '70 minder en minder in bedrijf te zien was, volgde in 1976 een grote opleving: de beltmolen werd een stellingmolen. De stenen romp werd enige meters verhoogd en de molenbelt geheel afgegraven. Dit verhogen was nodig, omdat jaren eerder de lage molenberg al gedeeltelijk was afgegraven voor de bouw van een magazijn (dat enkele meters boven de berg uitstak). Hierdoor kon men niet meer geheel rondkruien. Desondanks was de molen tot begin jaren '70 af en toe nog in bedrijf voor het malen van boekweit.

In 1980 werden op de binnenroede in eigen beheer fokwieken aangebracht; in 1985 volgde de buitenroede. De fokken werden enkele jaren geleden vernieuwd (en zijn nu zwart i.p.v. wit). De staven van de wieg (bovenschijfloop) zijn van ijzer; beide steenrondsels zijn voorzien van nylon staven. Naast de vangtrommel is hier ook een - later aangebrachte - vangstok aanwezig. In 2008 werden korte spruit en vangstok vernieuwd. In 2011 volgden lange spruit, baard en kruibok. Alles wederom in eigen beheer.

Sinds 1992 zijn de broers Henrie, Martien en Johan Kees eigenaar; in dat jaar namen zij de molen over van hun vader, Sjef Kees.
De molen is tegenwoordig geregeld op zaterdagen en soms ook op doordeweekse dagen in bedrijf. In de winter wordt hier boekweit gemalen, iets wat vroeger op veel Kempische molens gebeurde maar tegenwoordig een zeldzaamheid is.

Van april tot juni 2011 stond de molen in de steigers ten behoeve van het herstel van het metselwerk (slechte stenen vervangen en voegwerk herzien). Molenmaker Adriaens vernieuwde een gedeelte van de kapbetimmering, waarna er nieuw dakleer en ook een waterafvoergoot werd aangebracht. Verder werden balkkoppen gerepareerd met epoxy.
In juni 2012 werd aan de westkant van de romp een grijze coating aangebracht.
Aanvullingen
Over de naam:
Begin 19de eeuw was er in Budel slechts één molen, de Oude Molen, een standerdmolen. Deze werd in 1828 gekocht door P. Kneepkens uit Weert. Bij de koop had hij geregeld dat er niet meer molens in Budel gebouwd mochten worden, omdat hij het alleenrecht van malen wilde. In de jaren ’40 van de 19de eeuw kreeg Kneepkens echter een conflict met de commiezen over het al dan niet ontduiken van accijnzen, waardoor uiteindelijk de molen door de commiezen werd gesloten. Op dat moment zag Johannes Gors kans om toch een molen te kunnen bouwen (wat hij al eerder wilde, maar toch gold het verbod nog). Nu de Oude Molen echter gesloten was, verviel volgens Gors de blokkade en hij kreeg inderdaad toestemming om een molen te mogen bouwen. Toen de burgemeester bij de bouw kwam, vertelde Gors dat hij dit “nooit gedagt” had.
Uniek aan deze molen:
Deze molen is in 1976 verhoogd en van beltmolen stellingmolen geworden. Hiermee zijn wél de proporties van de oorspronkelijke molen geheel gewijzigd.
Literatuurverwijzingen:
Ed van Gerven, 'De Brabantse familie Kees', in: Molens 67 (2002) pp. 20 - 21.
Overige foto's

© Foto: Rob Simons (9-7-2011).

© De vangtrommel is nog immer aanwezig, hoewel tegenwoordig een (buiten)vangstok wordt gebruikt voor het vangen.
Foto: Marijn Kaufman (11-10-2008).

© Foto: Rob Simons (14-11-2012).

© Foto: Marijn Kaufman (11-10-2008).

© De Nooit Gedagt, hier nog omstreeks 1935 in zijn gedaante als beltmolen met De Zeldenrust op de achtergrond, malend bij een bulderende wind.
Foto: ? (verzameling Ton Meesters).
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: zondag 14 september 2014 | Aanvullingen

bovenzijde Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten    

zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen Nooit Gedagt, Budel home vorige pagina