|
© Na de restauratie. Foto: C.P. Klijs (14-4-2012). |
| Romp | Ronde stenen molen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 23,80 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem-Fauël met automatische remkleppen op beide roeden. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | In 1952 werd deze molen op beide roeden voorzien van het systeem-Van Bussel. In 1972, bij een volgende restauratie, werd dit vervangen door het systeem-Fauël (fokwieken) met automatische remkleppen. Later werd de as doorboord, zodat de remkleppen ook te bedienen waren. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De molen werd gebouwd in 1844 door Marijn Broekhoven als opvolger van een kleine versleten houten achtkante windmolen van 1826.
Vroeger telde Hoeven ook nog twee poldermolens aan het riviertje de Mark en een standerdmolen, die in 1292 al in bezit was van de abdij van St. Bernard. Tot de Franse Tijd waren de bewoners voor het malen van hun granen op deze dwangmolen aangewezen. De vervallen standerdmolen werd in 1930 gesloopt. De ondernemende Kalmthouter Pieter van Broekboven bouwde in 1815 een boerderijtje in Hoeven waar hij actief was als timmerman-metselaar en vrachtrijder. Daarnaast begon hij in 1820 met het exploiteren van een rosmolen die door in de rondte lopende paarden werd aangedreven. Om de maalcapaciteit uit te breiden kreeg hij in 1826 van de Domeinen een stuk grond ten noorden van zijn boerderijtje in gebruik om een kleine tweedebands windmolen neer te zetten. Zoon Marijn zette in 1844 een nieuwe houten achtkant op een stenen onderbouw naast dit versleten molentje. De huidige stenen molen met vier zolders ontstond toen zijn broer Willem in 1866 de achtkante bovenbouw verving door een ronde stenen romp. De achtkante onderbouw verdween toen geheel onder de nieuw opgeworpen molenbelt met inrijpoort. De houten stijlen werden gebruikt als balken voor de meelzolder. In 1873 verrees er een nieuw en groter molenaarshuis (dat in 1972 zou afbranden). Het ging de Van Broekbovens voor de wind met hun molenaarsbedrijf, want ze verwierven door de jaren heen een groot deel van de Hoevense Achterhoek in eigendom. Willems nalatenschap werd in 1913 onder zijn tien kinderen verdeeld, waarbij de zoons Johannes Petrus en Antonius het maalbedrijf voortzetten. In 1951 werd de vervallen molen verkocht aan Theodorus Wilhelmus Franken uit Westervoort, waarna een jaar later de hoogst noodzakelijke herstellingen werden verricht. De Potroeden zijn afkomstig van de in 1951 gesloopte standerdmolen te Oirschot Tien jaar later was de Heimolen echter niet meer maalvaardig, waarna in 1972 een grondige, toen 84.000 gulden kostende, restauratie volgde. De Van Bussel stroomlijnneuzen zijn toen vervangen door fokwieken; rond 1990 werd de bovenas doorboord om de remkleppen ook te kunnen bedienen. Door omstandigheden is deze molen echter in 2000 tot stilstand gekomen en daarna in verval geraakt. Dat is zeer te betreuren, want tot die tijd was deze goed uitgeruste molen vrijwel dagelijks in bedrijf. In de zomer van 2008 werd de molen overgenomen door de gemeente. In maart 2009 zijn, in afwachting van een grote herstelbeurt, de roeden kaalgezet. In oktober 2010 is begonnen met herstel van de stenen romp. Later werden de Potroeden gestreken om, evenals de lange spruit, in de werkplaats van molenmakerij Vaags geheel te worden hersteld. Begin 2012 kan worden vastgesteld dat de molen uitwendig weer helemaal compleet is. Aanvullingen
Over de naam:
De molen is vernoemd naar de Hoevense Heide (al is de omgeving tegenwoordig erg verbost).
©
Foto: Rob Pols (10-8-2005).
©
Foto: Rob Pols (10-8-2005).
©
Ontdek je plekje in Bosschenhoofd.
Foto: M. van Gremberghe (9-1-2009).
©
Foto n.n., eind jaren '40 (ingezonden door Arie Hoek).
Draag zelf bij
|