|
© Foto: Rob Pols (22-05-2009). De molen zelf wordt er niet erg beter op! |
| Romp | Onderbouw deels gewit, deels donker; kast okergeel geverfd | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met eiken schaliën | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 25,50 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Deze molen heeft nooit een wiekverbetering ondergaan. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De geschiedenis van de molen gaat terug tot in het midden van de zeventiende eeuw, toen hij werd gebouwd door de Hollander Jan van Riemsdijk.
Het oudste jaartal dat in de molen te vinden is, dateert 1703 en hierachter staat de naam van de toenmalige eigenaar. Later is de molen naar Boekel overgeplaatst en werd eigendom van een zekere Peter Klefas, die in 1785 zijn naam in een der balken gekrast heeft met het molenaarsteken, de zogenaamde viertaksrijn. Vanaf 1830 was de molen eigendom van de familie Van Boerdonk. In 1862 kwam Nicolaas Coppens, afkomstig uit Bakel en telg van de bekende Brabantse molenaarsfamilie op de molen werken. In 1868 kocht hij de molen en bemaalde hem vervolgens tot zijn overlijden in 1879. Daarna zette zijn zoon Huub het bedrijf voort, vanaf 1895 daarin bijgestaan door diens broer Willem. In 1904 vertrok Huub Coppens naar Geffen. Willem Coppens bleef op de molen in Boekel werken totdat hij hem in 1919 verkocht aan Josephus Verbeek. Deze stamde ook uit een oude Brabantse molenaarsfamilie. Toen hij in 1928 overleed werd het bedrijf door zijn kinderen voortgezet en tenslotte is alleen zijn zoon J.C. Verbeek eigenaar en molenaar. In 1934 besloot Verbeek een motor aan te schaffen. Deze grote ééncylindermotor (met een maalstoel) kwam in een aanbouw van het muldershuis te staan. Het windbedrijf bleef evenwel nog hoofdzaak. Alleen bij windstilte of wanneer het extra druk was maakte men gebruik van de motor. Rond 1950 werd een lage loods achter de molen gebouwd en daar ging men elektrisch malen met een Jaspers hamermolen. De molen kwam stil te staan en weldra trad verval in. Toen Verbeek met sloopwerkzaamheden begon, ging er een algemeen protest op van de zijde van de Kerkstraatbewoners. Ook de gemeente Boekel wilde de molen graag behouden en zo kwamen er gesprekken op gang. Beide partijen kwamen via een moeizame weg tot een akkoord, waarbij onder andere vereniging "De Hollandsche Molen" advies verstrekte. Bij raadsbesluit van 11 maart 1959 werd de molen door de gemeente aangekocht. Zo bleef dit kostbare monument voor Boekel behouden. Gedurende zijn bestaan heeft de molen vele aanvallen van de natuur, maar ook van oorlogsgeweld moeten doorstaan. Zo werd in 1901 door een windhoos de kap van de molen gerukt. Tijdens een beschieting in de oorlogsjaren van september 1944 liep de molen wederom averij op. De houten as moest worden vervangen door een exemplaar van gietijzer. De molen werd laatstelijk door molenmaker Beijk gerestaureerd. De ingekorte Potroeden, ooit door grootvader Verbeek in Zuid-Holland tweedehands gekocht, werden vervangen door nieuwe. De oude roeden gingen naar "De Onderneming" te Schayk, die met dit derdehands materiaal een 'schertsrestauratie' onderging. In september 1989 werd de ƒ 160.000,- kostende restauratie voltooid en kon de standerdmolen weer malen. Helaas kreeg de molen bij vonnis van december 1989, door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch een draaiverbod onder dwangsom opgelegd. Dit vanwege een jarenlange ingewikkelde kwestie rond het eigendom van de grond rondom de molen. De molen van Boekel is een fraaie standerdmolen, gelegen op een schitterende plaats in het dorp, op een berg aan een driesprong, in het verlengde van de brede Kerkstraat, die hij als het ware afsluit. Een dergelijke ligging komt zelden voor. Een bijzonderheid is, dat de pastoor het recht had om bij kerkelijke plechtigheden aan de voet van de molenberg een altaar op te richten. De toekomst van deze molen als levend monument is vooralsnog onzeker: op de huidige plaats mag de molen niet draaien omdat het wiekenkruis deels over privé-terrein draait. Een plan om de molen enige meters te verplaatsen, zodat de molen in ieder geval weer mag worden gekruid en kan draaien, dreigt te worden getorpedeerd. Nadat de molen er een tijdlang verveloos bij had gestaan, is in het voorjaar van 2010 een grote schilderbeurt uitgevoerd en werden ook enige zaken vernieuwd, zoals heklatten, enige traptreden en deuren. Met grote moeite is deze molen toen enige malen in de rondte getrokken. Beide roeden, bepaald nog niet oud, zijn door de jarenlange stilstand alweer in matige staat. Het uiterlijk van de molen is in de 20ste eeuw wel veranderd: vóór een herstelbeurt van omstreeks 1970 was de kast wit geverfd met groene bies. Het galerijhek was geheel anders van vorm. De deuren waren wit met groene zandloper en een grote rode stip in het midden. De schoren waren eveneens wit. Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen heeft, voorzover bekend, nooit een naam gehad. Uniek aan deze molen:
Vermoedelijk de enige molen in Nederland die van hogerhand niet mág draaien.
©
Foto: Rob Simons (20-09-2008).
©
Foto: ? (verzameling Ton Meesters).
Opname uit de jaren dertig. Draag zelf bij
|