|
© Foto: Thijs Michielsen (21-10-2004). |
| Romp | Ronde stenen molen; één inrijpoort aan oostkant. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Hout, met dakleer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 25,70 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Bij de herbouw in 1936 kreeg deze molen het systeem-van Bussel, als één van de eerste in Nederland. Bij de grote restauratie, opgeleverd in 1987, was dit gewijzigd in Oud-Hollands. Onbegrijpelijk, gezien de context waarin de molen in 1936 was herbouwd! |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Deze molen heeft geen voorganger gehad: tot 1904 waren de Aalster boeren voor hun maalwerk aangewezen op de Genneperwatermolen in Gestel (Eindhoven), welke alleen over een slechte zandweg te bereiken was. De bouw van deze molen kwam hun dus goed van pas.
In het blad “De Molenaar” vraagt molenaar V. H. Willems allerhande onderdelen te koop. Hij vraagt hier o.m. een ijzeren bovenas, twee ijzeren roeden, een boven- of aswiel, vang en bonkelaar, spoorwiel, oude molenstenen met ijzerwerk, een koning, een draagbalk, zolderbalken en een gehele kap (of onderdelen van een kap). Tot 1934 was de molen eigendom van E.P.J. Boets, die de molen toen overdeed aan de N.V. Maatschappij De Vest, een onderneming in onroerend goed. In 1936 brandde de molen uit. Het zou veroorzaakt zijn door een heetgelopen pokhouten lager. Direct volgde herbouw. As, roeden en kruiwerk kwamen van de gesloopte molen van Boom te Maasniel (Lb.); het gietijzeren gaandewerk werd vervaardigd door Machinefabriek en IJzergieterij P. Konings in Swalmen (Lb.). De molen werd niet zomaar herbouwd: doel was te komen tot een praktische en moderne windmolen. Veel verbeteringen werden hier dan ook, waarschijnlijk voor het eerst, samengebracht in één molen. De zolders werden in de juiste verhoudingen aangebracht, met ijzeren zolderbalken om zo weing mogelijk ruimte verloren te laten gaan. Het gietijzeren gaandewerk werd al genoemd. Verder waren er een mengketel en elevator op windkracht; de elevator liep van de begane grond tot helemaal boven in de molen. De molenstenen werden 15 cm. in de vloer ingelaten, hetgeen zorgt voor een gemakkelijkere bediening. De kuip rond het kruiwerk is gemaakt van halfsteens metselwerk. De kap werd niet gedekt met asfaltpapier, dat regelmatig jaar geteerd moet worden, maar met Icopal (bedekking met rode steenslag). Tenslotte was er een plaatijzeren baard, die voor de windpeluw en voeghouten geplaatst was, zodat deze beschermd zijn tegen inregenen. Uiteraard werden de roeden voorzien van het systeem-Van Bussel. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht was deze molen niet de eerste in Nederland met die wiekverbetering: dat was de kort tevoren geheel gemoderniseerde beltkorenmolen te Budel (die later de naam 'Zeldenrust' zou krijgen). Overigens was een aantal van deze verbeteringen korte tijd eerder ook al aangebracht aan de molen te Borkel en Schaft. Conform de traditie van Chris van Bussel, werd de stenen romp geverfd, in dit geval wit. Men moest kunnen zien dat er wat met de molen gebeurd was! In 1955 kwam de molen in bezit van de bekende muldersfamilie Van Stekelenburg. Nadien volgden stilstand en verval. Pas in 1986 volgde een meer dan noodzakelijke restauratie. Helaas werd het systeem Van Bussel daarbij vervangen door Oudhollands. Volstrekt onjuist, omdat de molen in deze vorm nooit anders dan Bussels had gehad! In de zomer van 2001 kwam de molen alweer tot stilstand. Er bleek divers herstel nodig: nieuwe kozijnen, nieuwe kammen voor het spoorwiel, nieuw buikstuk, nieuwe roedwiggen, roeden doorhalen, nieuw hekwerk. Helaas gebeurde er niets! Om herstel te bevorderen werd de werkgroep De Aalstermolen opgericht. Deze wilde de molen overnemen van eigenaar Van Stekelenburg en weer maalvaardig krijgen. Onderhandelingen over aankoop ketsten echter in de zomer van 2006 af: de familie en de gemeente Waalre konden het niet eens worden, met name over het openstellen van de molen voor publiek. Inmiddels staat de molen al meer dan tien jaar stil. Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen heeft feitelijk geen naam. "Aalstermolen" is niet meer dan een aanduiding. Literatuurverwijzingen:
De Brabantse Molens (1974) pp. 209-210 en 552-553 Molenwereld, april 2003, blz. 111
©
Foto: Ruud Barnasconi (02-10-2006).
Vlak naast de molen bevindt zich een school met speelplaats.
©
Foto: ? (verzameling Ton Meesters).
De molen in de dertiger jaren tijdens de feestelijke opening, ongetwijfeld in 1936.
©
Nog een oude opname uit de verzameling van Ton Meesters (foto: ?).
Draag zelf bij
|