|
© Foto: Matthieu Hoogduin (7-10-2012). |
| Romp | Ronde stenen molen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 24,00 m. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
In 1855 liet Jan Meys, die in het gehucht Wolfshuis bij Bemelen woonde, een windmolen bouwen, die in 1856 gereed kwam. Het was een bijzonder gunstige plek op het later zogeheten Plateau van Margraten. Door de hoge plaats had de molen een uitermate gunstige windvang. Bovendien had de molen een grote landschappelijke waarde. Van welke kant men ook kwam, bijna altijd was de windmolen zichtbaar. Het moet vroeger een fraai gezicht zijn geweest de molen met vier volle zeilen tegen het einder te zien draaien.
De windmolen van Wolfshuis is de enige windmolen van Nederland die opgebouwd is van mergelsteen, het natuurlijke bouwmateriaal uit de omgeving. Alleen het smalle bovendeel is van baksteen en werd na de brand van 1923 aangebracht om het kruiwerk en de kap, die van een andere molen afkomstig zijn, op de romp te laten passen. Een deel van de molenberg werd in het begin van de jaren '20 weggegraven voor de bouw van een machinekamer. Daar werd een petroleummotor geplaatst voor de aandrijving van een maalstoel onderin de molen. Het ijzeren koelwatervat van de motor stond naast de uitlaat voor de buitenmuur. De motor werkte tot in het begin van de jaren dertig. In die tijd werd een loods bij de molen gebouwd, waarin een elektrisch aangedreven maalstoel werd geplaatst. In 1923 brak in de molen brand uit. Er was geen brandweer, zodat hij geheel uitbrandde. Toenmalig eigenaar Smeets, die in het dorp Sibbe woonde, was voor de drievoudige waarde tegen brand verzekerd en kon derhalve zonder zorgen aan de wederopbouw beginnen. In de molen werd toen een geheel ijzeren gangwerk aangebracht. De maker bleef onbekend, maar er zijn enkele aanwijzigingen, dat het waarschijnlijk van Pasteger uit Luik afkomstig is. De stalen koningspil werd door het aswiel aangedreven met behulp van een houten wieg op een zwaar klauwijzer. Dit ijzer was aan de bovenzijde met de tap gelagerd in de ijzerbalk van de kap en aan de onderzijde met een klauw, die in een speciale kop op de koning paste. Daardoor ontstond een enigszins beweegbare koppeling waarmee het overkruien van de kap ten opzichte van de koning werd opgevangen. De koningspil was beneden gelagerd in een taatspot, geplaatst op een draagbalk van de steenzolder, en boven met een glijlager tegen een balk onder de kapzolder. Het spoorwiel op de koningspil was van gietijzer en had houten tanden; de steenrondsels op de staakijzers waren eveneens van gietijzer. Slap waren de lange en de korte schoren, die onder invloed van hun gewicht en de druk bij het kruien sterk doorbogen, hetgeen ook zijn invloed op de rest van de staart had. Na het vertrek van pachter Derks naar de Volmolen in Susteren in 1935 werkte Braakhuis in de volgende jaren met molenaarsknechten. Het gemaal verliep echter en in 1939 verkocht Braakhuis de molen aan de Gemeentespaarbank van Maastricht. De spaarbank verkocht de molen in 1940 aan koopman Cornips te Berg en Terblijt. Cornips wilde in 1941 de in slechte staat verkerende windmolen afbreken. Acties van jhr. mr. F. van Rijckevorsel, bestuurslid van De Hollandsche Molen, en de burgemeester van Wylre, waartoe Wolfshuis behoorde, voorkwamen dit. In 1942 werd de Maastrichtse industrieel Marie Joseph Hubert Edmond Hustinx eigenaar. Hij verkocht de molen in 1947 aan de veehandelaar Maternus Constant Hubert Creusen. In 1956 kocht de kunstschilder Kees Graaf uit Den Helder de molen van Creusen. De molen verkeerde toen inwendig maar vooral uitwendig, na bijna twintig jaar stilstand in een slechte staat. Graaf wilde in de molen gaan wonen en er zijn atelier vestigen. Zover kwam het niet. Wel gaf hij een aanzet daartoe door het ijzeren gangwerk en het maalwerk te laten uitbreken en op het erf te leggen. (N.B. Dit werd vervolgens door de molenbouwers Gebr. Adriaens uit Weert aangekocht en geplaatst in de molen van de buurtschap Laar in Weert, die in 1954 door storm was vernield). Na de romp inwendig vertimmerd te hebben, verkocht Graaf in 1957 de uitwendig vervallen molen aan de Stichting Het Limburgs Landschap voor ruim 1500 gulden. Toen werd de molen ook enige tijd voor bewoning verhuurd. Rond 1960 woonden Gerard en Maria Lemmens in deze vooral 's winters koude en tochtige molen. In december 1960 werd daar hun zoon Camille geboren. In 1957 resp. 1971 werden een kleine en grote herstelbeurt uitgevoerd: kap, beide spruiten, lange en korte schoren, staartbalk, windpeluw en een roede werden daarbij vernieuwd. In 1982 onderging de molen opnieuw een restauratie. Het doel daarvan was de molen in te richten als informatiecentrum en kantoor van de Milieufederatie Limburg. Op feestelijke wijze vond op 3 oktober van dat jaar de opening daarvan plaats. Uiteindelijk vertrok deze organisatie weer uit de molen en diende de gelegenheid zich aan om de molen weer een echte molen te maken. In 2000/2001 werd het binnenwerk van de molen op bijzondere wijze gereconstrueerd: het gaandewerk van de molen van Weert-Laar werd 1 op 1 gekopieerd (het was immers uit Wolfshuis afkomstig!) en vervolgens geplaatst. Op Nationale Molendag 2001 werd de maalvaardige molen weer in gebruik genomen. Aanvullingen
Over de naam:
Na een grote herstelbeurt kreeg de molen in 1957 de naam "Van Tienhovenmolen", als herinnering aan één van Nederlands grootste natuur- en molenbeschermers: mr. dr. P.G. van Tienhoven (1875-1953). Deze was onder meer van 1923 tot zijn overlijden voorzitter van 'De Hollandsche Molen'. Uniek aan deze molen:
De enige windmolen in Nederland die grotendeels gebouwd is van mergelstenen. In de gevel van de voorbouw staat een merkwaardig stenen kruis. Het betreft een moordkruis uit 1417, dat afkomstig is van een nabij gelegen gasthuis, dat vroeger in de gelijknamige buurtschap stond.
©
Foto: H.J.M. de Vette (22-9-2005).
©
Bijzonder: stalen koningspil. Foto: Matthieu Hoogduin (7-10-2012).
©
foto's (rond 1960): uit het archief van de fam. Lemmens.
Draag zelf bij
|