|
© Foto: Matthieu Hoogduin (7-10-2012). |
| Rad | 05,30 m. |
| Inrichting | Eén koppel 17der Franse en drie koppel 17der kunststenen; sleepluiwerk; elevator; koekbreker; trieur. Het interieur is deels ingericht als restaurant |
| Overbrengingen | Aswiel 115 tanden Bonkelaar 57 tanden Spoorwiel 184 tanden Steenschijven 46 tanden Overbrengingsverhouding 1 : 8,07 |
| Ten-Bruggencatenr. | 03933 |
| allemolens.nl | zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie |
In het midden van de vorige eeuw werd de graanmolen aangedreven door een onderslagrad met een middellijn van 5,60 m. en een breedte van 1,06 m. Het rad met de as en de gangwerken waren van hout. De schors- en oliemolen had een soortgelijk waterrad. waarvan de breedte 0.88 m. bedroeg.
Na de dood van B.E. Loisel vielen bij scheiding en deling in 1886 molen met aanhorigheden toe aan zijn drie kinderen. Eén ervan, Charles, was op dat moment burgemeester van Valkenburg.
In 1895 vonden een nieuwe scheiding en deling plaats, waarbij het landgoed en de molen in bezit kwamen van voornoemde erfgenamen A.F.C. Rendorp-Loisel en C.L.B.A.P. Loisel. Vier jaar later brachten zij de familiegoederen, die binnen Valkenburg gelegen waren in een vennootschap, die te Amsterdam gevestigd was onder de naam: N.V. Maatschappij Valkenburg tot exploitatie van onroerende goederen, waarvan zij beide medevennoten waren. De vennootschap voorzag het landgoed van verharde wegen en stalen bruggen over de Geultakken, waarmee zij de aanzet gaf tot de stedelijke ontwikkeling van Valkenburg. Er volgde een verdeling in kavels, die als bouwplaatsen werden verkocht.
Eveneens in 1899 verkocht de naamloze vennootschap de molen met aanhorigheden aan Joseph of Joannes Josephus Hubertus Caselli, die voordien pachter was. Als molenaar werd hij opgevolgd door zijn zoon Emile. In 1902 verkocht Joseph Caselli de molen aan Maria Barbara Hubertina Bernardina Stielen, waarmee Emile later in het huwelijk trad. Zij bleef echter eigenaresse tot aan haar dood in 1951. Het echtpaar Caselli-Stielen had twee dochters. De dochter Emilie Anna Bernardina Gertrude erfde in 1962 de molen. Tenslotte ging de molen in 1984 over op haar neef Emile Harry Caselli Wijsbek te Vught (N.B.). In 1926 had mw. Caselli-Stielen van het provinciaal bestuur toestemming gekregen om de twee waterraderen te vervangen door één rad. De schors- en oliemolen was reeds jaren daarvoor buiten gebruik gesteld en het vervallen waterrad gesloopt. Het nieuwe waterrad kon echter vanwege een aantal problemen rond de regeling van het water in de Geultakken niet eerder worden gehangen dan 1929. Dit rad werd gemaakt van ijzer, had gebogen schoepen en een zijbeplating, waardoor het gelijkenis vertoont met een Ponceletrad. De middellijn bedraagt 5.00 m. en de breedte 1,90 m. Het rad was een grote verbetering ten opzichte van het oude eenvoudige houten rad. Door de ongunstige ligging kwam het dikwijls voor dat er te weinig water was. De molen ligt ongeveer 450 m. beneden de Oude Molen waarvan de eigenaren het eerste recht op het water uitoefenden. Dit kon hierdoor de gebruiksmogelijkheid van de Franse molen beïnvloeden. Ruim een eeuw leidde dit tot onenigheid, waarover Meerman uitvoerig bericht. Bovendien kon het maalwater achter de molen door de vele ondiepten en onregelmatigheden op de Geulbodem niet snel genoeg wegstromen. De keuze van een dergelijk rad door Caselli in plaats van een turbine is met het oog daarop ongetwijfeld juist geweest. Bovendien bleef het aantrekkelijke karakter van de molen daardoor behouden.
Het houten gangwerk werd vervangen door een gietijzeren. De zwaar uitgevoerde wielen zijn opgesteld in een maalstoel van gietijzeren kolommen, waarop vier koppels 17der stenen, waaronder een koppel Franse stenen rond het spoorwiel liggen. Het conische aswiel, dat de koningspil aandrijft is tweedelig en bevindt zich met het waterrad op een stalen as, waarvan de zware gietijzeren lagers zijn voorzien van bronzen schalen. Fraai uitgevoerde houten steenkuipen met toebehoren completeren het geheel. De inrichting bestond verder uit een graanreiniger, een bloembuil, een haverplettter, een koekenbreker, een elevator en een luiwerk. Alles wat er in de jaren twintig in een goed ingerichte molen behoorde te zijn, was aanwezig. Het gehele werk werd uitgevoerd door de Ateliers de Construction G.J. Pasteger & Fils uit Luik. Er werd ook een dynamo geplaatst waarmee voor eigen gebruik elektriciteit werd opgewekt. De machines werden door transmissie-assen, gelegen op de eerste en de tweede zolder met riemen aangedreven.
De molen had voornamelijk een loongemaal en een handel in veevoer. In het achterste deel was vanouds een winkel in kruidenierswaren gevestigd.
Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de molen stilgelegd. Caselli stierf op hoge leeftijd in 1961 te Maastricht. Het was een markante persoonlijkheid, die in het maatschappelijke leven van Valkenburg verschillende functies heeft bekleed. Op zijn initiatief werd onder andere in een der grotten de model-steenkoolmijn gebouwd. Na de opening daarvan liet hij op de beveiligingsborden voor de toen nog houten waterraderen een tekst aanbrengen, waarmee een bezoek aan de modelmijn werd aanbevolen.
In het voorste deel van de molen is thans een bistro gevestigd, die geëxploiteerd wordt door het echtpaar Haenen-Beekman. Het maalwerk is nog compleet en bevindt zich in goede staat met uitzondering van het spoorwiel, dat een gerepareerde scheur heeft.
In de molen staat als curiositeit een zeldzame spiraaltrieur voor het verwijderen van onkruidzaden.
| Tekst
|
Foto's |
| Laatst bijgewerkt: | woensdag 10 oktober 2012 | Foto |