|
© Foto: Joop Vendrig (05-08-2006). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Ronde stenen molen, geheel geteerd | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 23,20 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Op 27 augustus 1858 kocht Leonard Joseph van de Weyer, graanhandelaar en molenaar te Wittem, een perceel heide voor de som van 25 gulden. Daarop liet hij een windmolen bouwen. Een kleine gevelsteen heeft het opschrift J. v.d. W. 1857. Het jaartal is te vroeg, want de gemeente Voerendaal kreeg bij besluit van Gedeputeerde Staten op 19 maart 1858 toestemming om het stuk grond te verkopen.
Als we aannemen dat de molen de eerste zestig jaar van zijn bestaan weinig veranderingen heeft ondergaan, dan had hij een wat vreemd uiterlijk, mogelijk iets typisch Zuid-Limburgs: een zware bakstenen romp, een betrekkelijk kort gevlucht van ongeveer 24 meter, een kleine geasfalteerde kap en een dunne houten staart met verbindingstukken tussen de lange en de korte spruit. Blijkbaar waren de bakstenen en/of het metselwerk niet van geweldige kwaliteit, want de romp moest later tegen doorslag van hemelwater geteerd worden, waardoor hij de bijnaam de Zwarte Beer kreeg. De molen had een koppel 17der Duitse en een koppel Franse stenen. Volgens overlevering zou het buitenwerk afkomstig zijn van een windmolen in Laurensberg, vlak over de Duitse grens bij Aken. Naast de romp was een deel van de berg weggegraven voor de oprit en de bouw van een magazijn. In het magazijn werd in het begin van de 20e eeuw een dubbele maalstoel met een gloeikop-ruwoliemotor geplaatst. De koelvaten, gevuld met regenwater, stonden buiten naast de machinekamer. In 1876 ging de molen met een aantal goederen in Voerendaal over op Maria Catharina Grooten, weduwe van Joseph van de Weyer, met mede-eigenaren en verdere erfgenamen in Niederkruchten (Pruisen). Joseph van de Weyer woonde en werkte sinds 1866 in Niederkruchten op de watermolen, de Radermühle genaamd. De windmolen van Ubachsberg bleef tot 1904 in het bezit van de familie Van de Weyer. Op 26 februari van dat jaar werden de windmolen met bouwland, heide en boomgaard en ook enige goederen, waaronder het molenaarshuis, verkocht aan Lambert Verbeek uit Posterholt, lid van een bekende molenaarsfamilie in die plaats. Verbeek, die zich in Ubachsberg vestigde, had geen opvolgers en verkocht de molen in 1912 aan Leonardus de Win. De Win kwam uit Bladel (NB) en ging hetzelfde jaar in Ubachsberg wonen. De molenaarswoning stond aan het begin en aan de rechterzijde van de Vrouwenheiderweg in de buurtschap Trintelen aan de voet van de berg. Deze zijde van de berg ligt in de gemeente Wittem, vandaar dat de kadastrale legger als woonplaats voor De Win Wittem vermeldt. De Win vertrok in 1919 naar Borkel (NB) om daar eigenaar te worden van de St. Antonius Abt. (N.B. zijn molenaarschap daar duurde zeer kort: hij vertrok alweer in 1920, nadat zijn 3-jarige dochter door de malende molen was doodgeslagen). Na De Win werd Joep Smeets uit Ubachsberg op 23 september 1919 (1920 vermeldt de legger) eigenaar. Het woonhuis was niet bij de koop inbegrepen; Smeets bouwde daarom later naast de molen een woning. Smeets verkocht de molen in 1925 aan Hendrik Hubert Marie Vaessen, molenaar in Ubachsberg. Zijn vader had eerder in dit dorp een elektrische maalderij gesticht. Door de aankoop van de windmolen kwam het gehele gemaal in handen van de familie Vaessen. Het gevolg voor de molen was dat er praktisch niet meer met de wind werd gemalen. In de oorlogsjaren 1940-1945 deed de molen nog dienst als opslagruimte. Op 14 september 1944 werd Maastricht door eenheden van het Eerste Amerikaanse leger bevrijd. De volgende dagen werden er zware gevechten geleverd om de Geulovergangen en Valkenburg, dat 16 september werd bevrijd. Dezelfde dag bereikten de Amerikanen ook Ubachsberg. Het duurde tot 21 oktober voordat de ingesloten Duitse stad Aken viel. Op 17 december drongen tijdens het Ardennenoffensief Duitse elitetroepen ten zuiden van deze stad diep in de stellingen van het Eerste Amerikaanse leger door. In die tijd bevond zich in de molen een Engelse uitkijk- en luisterpost van de Royal Air Force (R.A.F.) voor het opsporen van Duitse vliegtuigen. In januari 1945 kregen de Engelsen het bevel de post te verplaatsen. Bij de ontruiming werd een brandende benzinekachel omgestoten. Als gevolg hiervan brandde de molen geheel uit. Het wiekenkruis, dat met een roede in de grond stond, werd later achterover getrokken en bleef als een macaber kruis dwars over de romp liggen. De motormaalderij in Ubachsberg bleef in bedrijf. Pas in het begin van de jaren '60 werd Vaessen zaakvoerder van het magazijn van de L.L.T.B. (de Boerenbond) en hield zijn malerij kort daarna op te bestaan. Eerder was Vaessen al in de problemen geraakt over de regeling van de oorlogsschade en de verkoop van de restanten van zijn uitgebrande molen. Hij verkocht de ruïne met aanhorigheden in 1955 aan Hubert Jozef Leonard Gerards, die handelde voor zijn minderjarige kinderen aan wie hij de ruïne overdroeg. In de jaren 1958 en 1959 werd de molen, op grond van zijn unieke standplaats, uitwendig hersteld. Het omvangrijke werk werd door de fa. Adriaens te Weert uitgevoerd. Voor de kapconstructie werden onderdelen van de windmolen van Maarheeze (N.B.) gebruikt. De oude ijzeren Potroeden, die in 1923 als tweedehands roeden waren gestoken, bevonden zich na de brand nog in een zodanige staat dat zij na reparatie geschikt waren om nog voor een stilstaande molen dienst te doen. De molen werd ingericht als cafe-restaurant en galerie. Rondom de romp werd een zitterras aangelegd voorzien van windschermen van waaruit men een fraai uitzicht op de omgeving had. In oktober 1975 kwam aan de exploitatie als café-restaurant een einde. Op 17 december 1976 werd Fred Piepers, muziekpedagoog te Heerlen de nieuwe eigenaar. Piepers liet een plan ontwikkelen om het uiterlijk van de molen weer zoveel mogelijk in de oude staat terug te brengen en het interieur voor bewoning geschikt te maken. Met het herstel van de romp werd in 1980 begonnen en in medio 1982 kon de familie Piepers de molen betrekken. In maart 1989 werd door de fa. Adriaens met de restauratie van het uitwendige molenwerk begonnen. Daarbij werd de kap vrijwel vernieuwd en de middellijn met 1,20 m. vergroot. Vernieuwd werden windpeluw, spruiten, staartbalk met kruilier en schoren. De voeghouten werden door het aanbrengen van nieuwe delen verlengd. De vorm van de kap en de bediening van de vang met een Hollandse wipstok werden gehandhaafd. Aanvullingen
Overige wetenswaardigheden:
Dit is een uitzonderlijke beltmolen: feitelijk is het een grondzeiler op natuurlijke hoogte die aan één zijde is voorzien van een invaart. Uniek aan deze molen:
De hoogst gelegen windmolen van Nederland. Hij staat op de top van de Mingelsberg (of Mingersborg), hoog 216 m.
©
Foto: Frits Kruishaar (22-11-2008).
©
Foto: Joop Vendrig (05-08-2006).
©
Foto: Joop Vendrig (05-08-2006).
Laatst bijgewerkt: dinsdag 31 augustus 2010 |