|
© Foto: Rob Pols (29-12-2005). |
| Romp | Houten achtlkant, gedekt met dakleer, op stenen onderbouw | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 24,90 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem Fauël met remkleppen en uitneembare borden op beide roeden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | In 1938 kreeg deze molen op beide roeden het systeem-Van Bussel; in 1955 werden op de buitenroede bovendien neusremkleppen gemonteerd. Bij de ingrijpende restauratie en verhoging van 1981/84, werd op beide roeden het systeem-Fauël (fokwieken) met remkleppen aangebracht. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De herkomst van deze molen is bekend: in 1905 bood de magnesitfabriek Roosenboom & Co. te Vlaardingen haar pelmolen De Hoop (een stellingmolen anno 1788) voor de sloop te koop aan. Na afbraak ter plaatse volgde transport naar Limburg en nog in 1905 werd de molen in Swartbroek als beltkorenmolen herbouwd.
Opdracht tot bouw van deze molen is gegeven door Peter Jan Joosten, destijds eigenaar van de St. Joseph te Kreijel. Hij verpachtte de molen vervolgens aan Antoon Weekers. Weekers was voordien werknemer van Joosten. Enkele jaren na zijn overlijden verkocht diens weduwe de molen aan Antoon Weekers. In 1923 kwam de molen in handen van bakker-molenaar Johannes Wilhelmus Roelofsen. Deze gebruikte de molen intensief en wijzigde in 1935 ook het binnenwerk: hij bood althans toen een spoorwiel te koop aan. In 1938 volgde een grote klus: er werden andere roeden gestoken, de kap (windpeluw en voeghouten) werd naar achteren gebracht en ook het bovenwiel verhangen. Ook werd het wiekenkruis gestroomlijnd. In de jaren '50 werd de molen eigendom van Franciscus Albertus Munster, die hem in 1954-55 grondig liet restaureren. De molen liep vervolgens nog een half jaar tot ieders tevredenheid, daarna kwamen er problemen. Stilstand volgde, een deel van de belt werd afgegraven voor de bouw van een loods (waardoor de molen ook niet meer kon worden rondgekruid). De toestand ging snel achteruit, de molen kwam rond 1970 met kale roeden te staan en later werd zelfs een sloopvergunning aangevraagd. Zover kwam het niet: bij een grote restauratie, die werd gestart in 1981, werd de gemetselde onderbouw met zes meter verhoogd en aldus werd dit een stellingmolen. In 1984 was de molen weer maalvaardig; de officiële opening vond uiteindelijk plaats op 26 april 1986. De molen is ingericht voor het malen van tarwe, rogge en boekweit en regelmatig in bedrijf als productiemolen. De hoofdfunctie is het malen van meel voor bakkers en boekweit voor slagers. Aanvullingen
Over de naam:
Het is aan te nemen dat de molen de naam "De Hoop" heeft 'meegenomen' uit zijn plaats van herkomst, Vlaardingen. Draag zelf bij
|