|
© Foto: Marcel Stroo (7-10-2012). |
| Romp | Ronde stenen molen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 25,70 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem van Bussel met neusremkleppen op beide roeden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Kort na het midden van de 19e eeuw ontwikkelde Ospel zich tot een kerkdorp. In de buurtschap met de wijdse naam Op de Stad liet Peter Jan Gans uit Nederweert in 1869 op een perceel bouwland, dat hij daar bezat, een stenen berg-korenmolen bouwen. Het volgende jaar bouwde hij er een molenaarshuis.
In 1890 kwam de molen, die twee koppel stenen had, op naam van de weduwe Gans; zij bleef eigenaar tot 1908. In dit jaar verkocht ze het maalbedrijf aan Michiel Dalemans, die toen reeds een aantal jaren op de molen stond. Kort daarna plaatste deze molenaar onder in de molen een maalstoel met een benzinemotor als hulpgemaal. In 1923 verkocht Dalemans de windmolen met huis en bouwland aan Antoon Weekers, eigenaar van de molen op Swartbroek. Weekers verkocht de Swartbroekermolen en vestigde zich in Ospel. Eerder had hij als molenaar op de St. Josephmolen te Kreijel gewerkt; hij was in de streek dus geen onbekende. Al spoedig werd De Korenbloem de molen van Weekers genoemd. Bij een boedelscheiding in 1933 kreeg zoon Mathijs de molen toegewezen. In het begin van de jaren dertig was hij molenaar-pachter van de standaardmolen in Baexem. Weekers bleef met het aanbrengen van verbeteringen aan zijn windmolen niet achter op zijn Nederweerter collegas. In 1935 kreeg De Korenbloem Dekkerwieken, door Adriaens aangebracht. Het was de vijfde molen in de gemeente Nederweert met stroomlijnwieken. Mathijs Weekers verkocht de windmolen met aanhorigheden in 1937 aan de landbouwer Andreas Hubertus Veugen, die zich vervolgens op de molen vestigde. Een zoon van Weekers trad bij hem in dienst. Veugen breidde het bedrijf eind jaren ’30 uit met een pakhuis annex maalderij, waarbij de handel in graan, veevoer en kunstmest een voorname plaats innamen. De molen leed in 1944 geringe oorlogsschade. Een roede, de kap en de maalzolder waren beschadigd en werden kort na de bevrijding hersteld. De windmolen, die nog één koppel stenen had, bleef tot 1948 in bedrijf. In het pakhuis werden omstreeks die tijd een hamermolen en een mengerij geïnstalleerd. In de loop der jaren verviel de molen geheel. In 1970 werd hij onttakeld. Twee jaar later werd de gemeente Nederweert eigenaresse. De gemeente liet direct enige noodvoorzieningen aanbrengen om verder verval te voorkomen. Als gevolg van een ruilverkaveling verdween het dorpskarakter bij de molen. Er werd een nieuwe woonwijk gebouwd, die de omgeving een geheel ander aanzien gaf. In 1988 werden op initiatief van drs. A.A.M. Jacobs, burgemeester van Nederweert; J.J.M. Ficq, vice-voorzitter van de Molenstichting Limburg en F.J. Willekens, wethouder van Nederweert, plannen ontwikkeld om tot een volledige restauratie te komen. In het voorjaar van 1989 kon opdracht aan Adriaens worden gegeven. In 1990 werd de molen weer in gebruik genomen. Aanvullingen
Overige wetenswaardigheden:
De molen kreeg bij de laatste grote restauratie twee geklonken stalen roeden van Nederlands fabrikaat. Een unicum voor deze tijd.
©
Foto: Marcel Stroo (2-4-2006).
©
Foto: Frits Kruishaar (7-7-2012).
©
De Korenbloem in juli 1964.
Foto n.n., ingezonden door Arie Hoek. Draag zelf bij
|