|
|
| Romp | Standerd gedekt met riet; kast gedekt met hout, geheel geteerd | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet (1980) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 22,90 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oud-Hollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Op deze molen is nooit een wiekverbetering toegepast. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Het exacte bouwjaar van de molen staat niet vast. Wèl wordt al een molen genoemd in 1403, als de goederen van de Hof van Callenbroeck, worden verenigd met de bezittingen van de Commanderij van St. Jansdal of 's Heeren-Loo te Harderwijk. Uit een oorkonde van 1383 blijkt, dat er toen ook op de Hof van Callenbroeck een Commanderij van St. Jan gevestigd was.
De Callenbroecker molen werd door 's-Heeren-Loo verpacht. Toen na de Reformatie de Gedeputeerden van het Kwartier van Veluwe het beheer over de geestelijke goederen gingen voeren, is dit bestendigd. Bij de massale verkoop van geestelijk goed op de Veluwe in 1735, werd ook de Callenbroeker Koorn-windmolen door Gedeputeerden verkocht. Op 29 maart 1735 werd de molen voor 2410 gulden gemijnd door de pachter, Hermen Gerritsen Keyser. Het transport van de akte vond plaats op 28 januari 1736. Sindsdien behoorde de molen aan particulieren. De enige last, die op het bezit van de molen rustte was, naast de verponding, een uitgang van 4 schepel rogge (Arnhemse maat) aan de pastorie van Barneveld. De molen was tot 1753 in handen van Rijkje Lammerts, weduwe van Herman Gerritsen Keyser. Daarna waren achtereenvolgens de eigenaren: Jacob Nienhuis (1753-1759) Gerritje Hovekes zijn weduwe en erven (1759-1765) Cornelis van Dompselaar (1765-1768) Gijsbert Wilbrink (1768-1807) Petrus Wilbrink (1808-1853) H. Wilbrink (1853-1872) L. Wilbrink (1872-1885) E.F. Mulder (1885-1924) Firma E.F. Mulder & Zn. (1924-1952). De molen is in 1965 en 1980 op initiatief van Florus Mulder gerestaureerd. In 1965 werd de kast vrijwel geheel vernieuwd; de molen verkeerde in erbarmelijke staat en stond min of meer op instorten. Wat in 1965 gehandhaafd bleef waren standerd, steenbalk en bovenas. In 1980 bleken die alsnog vernieuwd te moeten worden. In 1980 werden ook ondertoren én kap met riet gedekt. Bij de ondertoren was dat op zich juist, bij de kap niet: die was in het verleden gepotdekseld. De standerd is ooit open geweest: één van de kruisplaten was, met de bijbehorende (dubbele) steekbanden, geteerd, wat nog steeds te zien is. De andere kruisplaat en steekbanden zijn kaal en dateren dus van na de ommuring en overkapping. Het overkappen moet al zeer lang geleden gebeurd zijn; er zijn geen afbeeldingen bekend van de 'open' situatie. Bijzonder aardig is ook de lange glijplank, onder de trap aangebracht: daarmee kunnen de gemalen zakken graan snel naar beneden worden 'afgeschoten'. Voorafgaand aan de ingrijpende restauratie van 1980 zijn door leden van de plaatselijke heemkundekring alle inscripties van de toen vervangen onderdelen gedocumenteerd; een lofwaardig initiatief dat ook bij andere molens navolging verdient. Aanvullingen
Over de naam:
De naam "Den Olden Florus" werd in 1975 gegeven als eebetoon aan de toenmalige eigenaar Florus Mulder; daarvoor stond de molen bekend als "de Kallenbroekermolen".
©
Foto: Rob Pols (16-8-2007).
©
Foto: Frits Kruishaar (18-8-2012).
©
Foto: Willem Jans (18-2-2006).
©
Zo zag deze molen er rond 1964 uit.
Foto: n.b. (verzameling Bas Koster). Draag zelf bij
|