Nederlandse Molendatabase  
Streefkerk, Zuid-Holland
Database nr. 1119
Inventaris nr. ZH164
Naam Kleine (Tiendweg) Molen
Bouwjaar onbekend
Type Wipmolen
Kenmerken Wipmolen
Functie Poldermolen
Ligging Beneden Tiendweg 7
2959 BA Streefkerk
Rijksdriehoek X: 110308 Y: 434365
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Gemeente Molenwaard
Kadaster Gemeente Streefkerk, sectie A, nr. 3094
Monumentennummer 34923
Landsch. waarde Zeer groot
Eigenaar SIMAV sinds 1957, daarvoor de polder Streefkerk & Kortenbroek
Bedrijfsvaardigheid Maalvaardig in circuit
Omwentelingen 2009: 692.366
2010: 558.767
2011: 2.079 (restauratie)
2012: 125.055
Bestemming Vh. Bemalen van de polder Streefkerk en Kortenbroek (1e trap), thans buiten bedrijf, woning
Molenaar Jolanda de Vries
Bezoekmogelijkheid Op afspraak

© Foto: Gerard Barendse (2007).   
Constructie
Romp Ondertoren, gedekt met riet, op veldmuren van 0,25 m.
Kap Bovenhuis zwart geteerd
Vlucht 24,60 m.
Wiekenvorm Oud-Hollands
Wiekverbeteringen Deze molen heeft van 1935 tot 1977 op de binnenroede het systeem-Dekker gehad. Bij de grote restauratie van 1977/'78 werd weer Oud-Hollandse ophekking aangebracht.
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Derckx0227buiten19771978aanw.24.60 m.
klik voor meer info Derckx0228binnen19771978aanw.24.50 m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Penn & Comp, F.J.030218651865?aanw.05.42 m.
Kruiwerk Zetelkruiwerk; kruirad met hoge bank
Vang Vaste Vlaamse blokvang uit vier stukken; vangbalk met haak; evenaar
Inrichting Open ijzeren scheprad buiten de molen, 5,70 m.; breedte 0,48 m.
Woning in de molen
Overbrengingen Bovenwiel 58 kammen
Bovenschijfloop 31 staven
Onderschijfloop 23 staven
Onderwiel 78 kammen
Overbrengingsverhouding 1, 81 : 1
Molenmaker Fa. de Gelder, Arkel (1977/78)
Verwijzingen
Ten-Bruggencatenr. 01493
allemolens.nl zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie
Geschiedenis
Het bouwjaar van deze molen is niet bekend: hij was in ieder geval vr 1751 aanwezig. De molen maakte als ondermolen deel uit van een getrapte bemaling van de polder Streefkerk c.a. Drie onder- en twee bovenmolens maalden het water via een hoge boezem uit op de Lek.

In 1775 werd het maken van een nieuwe stenen wielbak aanbesteed. Of dit is uitgevoerd is twijfelachtig, want op 15 februari 1786 vond eveneens een openbare inschrijving plaats voor het vernieuwen ervan. Laagste inschrijver was Ary van Spijk, aan wie het werk voor 439,- werd gegund.

In 1838 blijkt het scheprad te zijn ondergebracht in een ijzeren ommanteling. In een bestek van uit te voeren onderhoud aan de molen wordt deze overkapping 'het kabbelhuis' genoemd.
In 1855 werden aan de molen een nieuwe bovenzetel, steenburrie, vier nieuwe klossen om de koker en een nieuw storm- en trapbint aangebracht. Of dat een gevolg was van de schade die de molen op 17 augustus 1854 opliep, is niet duidelijk. Toen moet er namelijk brand zijn geweest.

In oktober 1935 kocht het polderbestuur een gebruikte binnenroede die door molenmakerij Gebr. van Beek uit Nieuwe Wetering werd opgehekt en voorzien van het wieksysteem-Dekker. Een groot succes werd het niet: al op 19 november maakte het polderbestuur aan Van Beek kenbaar niet erg tevreden te zijn omdat de molen erg onregelmatig draaide en bij rukwinden 'holde'. Werd de molen iets uit de wind gekruid dan klapperden de zeilen weer. Onderhandelingen met Van Beek hadden echter geen resultaat. Het wieksysteem bleef gehandhaafd en de nukken ervan moest men maar op de koop toe nemen.

Met de keuze voor elektrische bemaling kwam in 1951 een einde aan het actieve bestaan van n van de interessantste molengroepen van Nederland. Alle vijf molens raakten vervolgens ernstig in verval en de twee bovenmolens verdwenen resp. in 1962 en 1979 door brand. Omdat sloop dreigde werd de molen in 1957 door de SIMAV voor een symbolisch bedrag gekocht, sterker nog: deze stichting werd in eerste instantie speciaal opgericht om de molengroep van Streefkerk te redden.
Voorlopig gebeurde er echter niets: om vijf molens te kunnen redden was zeer veel geld nodig en dat was er in eerste instantie niet.

Pas in 1977-1978 kwam De Kleine Molen, die zich inmiddels in runeuze staat bevond, aan de beurt. De gehele kap, constructiedelen van het bovenhuis, het wiekenkruis, de staart, het rietdek van de ondertoren, kozijnen, ramen en deuren en de schoepen van het scheprad moesten worden vernieuwd. Daarnaast ook nog een groot deel van het metselwerk van de waterlopen.
Het in deze streek wat ongebruikelijke, maar voor de molen wel karakteristieke kabbelhuis werd verwijderd. Het scheprad wordt nu half omsloten door een houten schot. De kosten van deze restauratie bedroegen 300.127,73.
Op 25 september 1978 werd de molen feestelijk in gebruik gesteld.

Omdat de hoge boezem n de twee bovenmolens verdwenen zijn, is uitmalen voor deze molen niet meer mogelijk: er is circuitbemaling voor de waterverversing van de polder Streefkerk en Kortenbroek.

Net als bij de overige wipmolens van deze polder zijn de onderste kapdelen niet rechtstreeks op de daklijsten genageld maar op een horizontaal liggende plank die rust op enkele klossen welke zijn aangebracht tegen de buitenzijde van de daklijsten.

In 2010 onderging deze molen grondig herstel aan de waterlopen en werden diverse balken in het bovenhuis behandeld tegen schade, veroorzaakt door de bonte knaagkever.
Aanvullingen
Trivia:
Op 9 december 1939 verbrandde bij deze molen de penbalk (nadat het achterlager heet was gelopen); van de Oude Weteringmolen sneuvelde drie dagen later een roede (zie bij die molen, onder 'Trivia'). Aldus kwam de bemaling van deze polder tijdelijk in ernstige problemen.
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: woensdag 29 januari 2014 | Geschiedenis

bovenzijde Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten    

zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen Kleine (Tiendweg) Molen, Streefkerk home vorige pagina