|
© Foto: Gerard Barendse (2007). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Ondertoren, gedekt met riet, op veldmuren van 0,25 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Bovenhuis zwart geteerd | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 24,60 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Het bouwjaar van deze molen is niet bekend: hij was in ieder geval vóór 1751 aanwezig. De molen maakte als ondermolen deel uit van een getrapte bemaling van de polder Streefkerk c.a. Drie onder- en twee bovenmolens maalden het water via een hoge boezem uit op de Lek.
In 1775 werd het maken van een nieuwe stenen wielbak aanbesteed. Of dit is uitgevoerd is twijfelachtig, want op 15 februari 1786 vond opnieuw een openbare inschrijving plaats voor het vernieuwen van de wielbak. De laagste inschrijver was metselaar Ary van Spijk, aan wie het werk voor ƒ 439,- werd gegund. In 1838 blijkt het scheprad te zijn ondergebracht in een ijzeren ommanteling. In een bestek van uit te voeren onderhoud aan de molen wordt deze overkapping ‘het kabbelhuis’ genoemd. In 1855 werden aan de molen een nieuwe bovenzetel, steenburrie, vier nieuwe klossen om de koker en een nieuw storm- en trapbint aangebracht. In oktober 1935 kocht het polderbestuur een gebruikte binnenroede die door molenmakerij Gebr. van Beek uit Nieuwe Wetering werd opgehekt en voorzien van het wieksysteem-Dekker. Een groot succes werd het niet: al op 19 november maakte het polderbestuur aan Van Beek kenbaar niet erg tevreden te zijn omdat de molen erg onregelmatig draaide en bij rukwinden 'holde'. Werd de molen iets uit de wind gekruid dan klapperden de zeilen weer. Onderhandelingen met Van Beek hadden echter geen resultaat. Het wieksysteem bleef gehandhaafd en de nukken ervan moesten op de koop toe worden genomen. Met de keuze voor elektrische bemaling kwam in 1951 een einde aan het actieve bestaan van één van de interessantste molengroepen van Nederland. De twee bovenmolens verdwenen in 1962 en 1979 door brand; de drie ondermolens raakten in ruim 20 jaar zeer ernstig in verval. Omdat sloop dreigde werd de molen in 1957 door de SIMAV voor een symbolisch bedrag gekocht, sterker nog: deze stichting werd speciaal opgericht om de molengroep van Streefkerk te redden. Voorlopig gebeurde er echter niets: om vijf molens te kunnen redden was zeer veel geld nodig en dat was er nog niet. Pas in 1977-1978 kwam De KLeine Molen aan de beurt. Inmiddels bevond de molen zich in ruïneuze staat. De gehele kap, constructiedelen van het bovenhuis, het wiekenkruis, de staart, het rietdek van de ondertoren, kozijnen, ramen en deuren en de schoepen van het scheprad moesten worden vernieuwd. Daarnaast ook nog een groot deel van het metselwerk van de waterlopen. Het in deze streek wat ongebruikelijke, maar voor de molen wel karakteristieke kabbelhuis werd verwijderd. Het scheprad wordt nu half omsloten door een houten schot. De kosten van deze restauratie beliepen een bedrag van ƒ 300.127,73. Op 25 september 1978 werd de molen opnieuw in gebruik gesteld. Omdat de hoge boezem én de twee bovenmolens verdwenen zijn, is uitmalen voor deze molen niet meer mogelijk: er is circuitbemaling voor de waterverversing van de polder Streefkerk en Kortenbroek. Net als bij de overige wipmolens van deze polder zijn de onderste kapdelen niet rechtstreeks op de daklijsten genageld maar op een horizontaal liggende plank die rust op enkele klossen welke zijn aangebracht tegen de buitenzijde van de daklijsten.
Laatst bijgewerkt: woensdag 1 september 2010 |