|
© Foto: Jan van der Molen (16-05-2004). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Houten achtkant, gedekt met losanges, op houten onderbouw | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 20,80 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Nadat de achtkante grondzeiler was afgebrand werd op dezelfde plaats in 1893 door de Streefkerkse molenmaker K. Broere een stellingmolen op een vierkante voet gebouwd.
Pas in 1935 werd de bedrijfsruimte vergroot voor het malen van veevoeder. De molen was tot ongeveer 1970 verhuurd aan de familie Kranendonk, die met de molen veevoeders maalde voor hun graan- en veevoederhandel aan de Oostmolendijk te Ridderkerk. Vroeger werd het maalgoed ook wel per schip aangevoerd via de Lek. Om de overslag van dit maalgoed gemakkelijk te laten verlopen, is lange tijd gebruik gemaakt van een houten goot die bij de lossteiger in de rivier begon en onderin de molen eindigde. Met behulp van een lang luitouw en het tweede luiwerk in de molen werden de zakken vanuit het schip via de goot in de molen getrokken. In het voorjaar van 1976 ontstond de vrees dat de molen als gevolg van de dijkverzwaring rond de Alblasserwaard moest verdwijnen of worden verplaatst. Na heroverweging werd besloten in plaats van het oorspronkelijk geplande nieuwe dijktalud nabij de molen een coupure te maken met behulp van een damwandconstructie. Hierdoor werd een verplaatsing van de molen overbodig. Voordat de molen als maalwerktuig buiten gebruik werd gesteld, kon door elektrische drijfkracht nog een graanpletter, hamermolen, mengketel en graanschoner worden aangedreven. Deze machines zijn inmiddels verwijderd. In 1979-1980 kreeg de molen een nieuw wiekenkruis en een nieuwe windpeluw. Tevens werd een nieuw koppel kunststenen aangebracht. Op ongeveer 1,50 m uit de tapeinden van de roeden zijn bussen gelast welke als draaipunt kunnen fungeren bij eventueel aan te brengen remkleppen aan de fokwieken. In 1985 werd de molen die toen regelmatig door een vrijwillig molenaar in werking werd gesteld, voor onbepaalde tijd stop gezet omdat een van de voeghouten was gebroken. In 1988 werd dit hersteld met gebruikmaking van kunsthars en glasvezelstaven. Sindsdien wordt er weer wekelijks met de molen gedraaid, maar niet gemalen. Op de plaats van het bovenwiel heeft de bovenas geen houten maar aangegoten vulstukken van ijzer. De molen was vroeger gedekt met losagnes (zeer foutief ook wel 'zinken leien' genoemd). Later werden die vervangen door ruitvormige stukken dakleer, maar inmiddels zijn de losanges in ere hersteld. De onderhoudskosten aan de molen worden door de gemeente gedragen. In de loop van 2009 is de molen ingericht tot kantoorruimte voor de SIMAV, de stichting die de meeste molens in die regio in eigendom heeft. Aanvullingen
Over de naam:
Jarenlang was van deze molen geen naam bekend: de drie oude drukken van het ZH-molenboek (1961, 1965 en 1980) noemen niets. Maar: deze molen heet eigenlijk "In liefde draaiende". Anton Bicker Caarten vermeldt in 'De molen in ons volksleven' als naam "Met Liefde Draaiende". Thans wordt de molen (net niet helemaal goed) "De Liefde" genoemd.
©
Foto: Joop Vendrig (02-11-2002).
©
Foto: Rob Pols (15-07-2006). Het westelijke koppel stenen.
©
Foto: n.b. (verzameling Rob Pols).
Laatst bijgewerkt: maandag 30 augustus 2010 |