|
© Foto: Jan van der Molen (16-05-2004). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Ronde stenen molen; conisch getailleerd gemetseld, tot ca. 3 meter gepleisterd en gewit. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 26,20 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De oudste vermelding van een molen op deze plaats dateert van 1527. De molen bemaalde oorspronkelijk tezamen met de Sliklandse molen het polderdeel Zuidzijde. De Sliklandse molen, een zeer grote wipmolen, werd afgebroken in 1927. Tot in de jaren vijftig werd het peilgebied Zuidzijde (630 ha.) door de Peilmolen in combinatie met een motorgemaal bemalen.
Tot 1861 fungeerde de molen als baak- of peilmolen (vandaar die naam!) voor het waterschap de Nederwaard. In 1861 werd die functie overgenomen door de Noordelijke Kooiwijkse Molen. Tussen Kerstmis en Nieuwjaar 1817 is de oude Peilmolen door onbekende oorzaak afgebrand. Besloten werd in plaats van een wipmolen een ronde stenen grondzeiler te laten bouwen. De bouw hiervan werd in maart 1818 aangenomen door Jan van ‘t Hoff uit Overschie voor ƒ 8.200,-. Er werd bepaald dat de bovenas, de wateras en de beide roeden buiten het bestek bleven omdat de leverantie van deze onderdelen al was aangenomen door houthandelaar Fop Smit voor ƒ 1.100,-. Als opzichter voor het metselwerk trad Willem Breedveld op voor twee gulden per dag. Hij was vijftig dagen als opzichter bij de bouw van de romp betrokken. Kennelijk ging niet alles van een leien dakje, want molenmaker Van ‘t Hoff ontving nog ƒ 450,- ‘wegens eenig werk aan dezelve molen buiten het bestek, alsmede het repareeren van de steenen bak’. Kennelijk was de stenen wielbak beschadigd of lek, een ongemak dat gezien de vele en vaak hoge rekeningen hiervoor in de verschillende polderarchieven nogal eens voorkwam. Uiteindelijk beliepen de bouwkosten ƒ 10.316,35. In 1961 werd door de polder een beperkt restauratieplan opgesteld. Dit werd niet meer uitgevoerd: op 16 februari 1968 werd de SIMAV voor het symbolische bedrag van ƒ 1,- eigenaresse, met de verplichting de molen te restaureren. Het herstel werd kort daarop ter hand genomen: wiekenkruis, voeghouten, bladen van het scheprad, rietbedekking op de kap en de staart werden vernieuwd. De restauratie werd uitgevoerd door de firma J. de Gelder uit Oegstgeest. Het interieur werd vernieuwd door het plaatselijke aannemingsbedrijf Nijhof. Uiteindelijk kon de molen in de zomer van 1971 officieel in gebruik worden gesteld. In de zomer van 1989 werd de buitenste steenlaag van de romp grotendeels verwijderd en vervangen door nieuw metselwerk. Dit in een poging het al jaren slepende probleem van doorslaande muren te verhelpen. In september 2005 werd de molen stilgezet vanwege een zeer slechte lange spruit. In maart 2006 was dit probleem verholpen en op 25 maart kon de molen voor het eerst in een half jaar weer meedoen. Helaas is, vanwege diverse mankementen aan het gevlucht, de molen in september 2007 wéér stilgezet. In mei 2010 is de buitenroede kaalgezet en begonnen met een ingrijpende restauratie Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen was tot 1861 peil- of baakmolen van de Nederwaard. Waarschijnlijk heeft de molen deze aanduiding behouden om hem te onderscheiden van de Sliklandse molen, die deze polder eveneens bemaalde.
©
Foto: Jan van der Molen(16-05-2004).
©
Foto: Joop Vendrig (2002).
©
Foto: Toby de Kok (20-01-2007).
Laatst bijgewerkt: maandag 30 augustus 2010 |