|
© Foto: Henk van Steenbergen (03-04-2008). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Ronde stenen molen, geheel zwart geteerd | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 28,60 m. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Al in 1514 stond er een molen in de Sint Anthoniepolder, die waarschijnlijk de eerste en langst windbemaalde polder in de Hoekse Waard is. In 1637 werd deze molen vervangen door een nieuwe wipmolen, die op zijn beurt in 1749 wegens bouwvalligheid werd vervangen door de huidige, ronde stenen molen.
Het bouwbestek uit 1749 is nog aanwezig. Waren er eerst eikenhouten schaliën op de kap, bij een grote onderhoudsbeurt in 1842 werden deze vervangen door een rietdek. De molen was tot ongeveer 1957 in vol bedrijf, en is na eigendom geweest te zijn van de Sint Anthoniepolder, de Gemeente Maasdam (later: Binnenmaas) nu van de Stichting tot behoud van Molens in de gemeente Binnenmaas, en wordt bediend door een vrijwillig molenaar. Toen de molen nog in bedrijf was, werd er gemalen door verschillende molenaarsgeslachten, zoals Weeda, Tol en Ottevanger. Laatste vakmolenaar was Siem Verrijp; hij was ook machinist bij het waterschap. In de jaren ’70 werd het polderpeil zodanig verlaagd dat scheprad en waterlopen verdiept moesten worden. De molen werd tussen 1974 en 1977 gerestaureerd. Zoals gebruikelijk voor een grote watermolen is ook de Polderse molen bewoond geweest. Bij veel molens is de woning telkens aan de eisen van de tijd aangepast, hier echter is de authentieke molenaarswoning nog in al z’n eenvoud aanwezig. Het kamertje (ca. 12 m2 ) voorzien van een bedstee, deed dienst als slaapkamer, huiskamer en keuken. Verder is er nog een slaapzoldertje met twee bedsteden. Zoals gebruikelijk vonden er in de 19e eeuw veel technische verbeteringen plaats: de houten bovenas, roeden, wateras en scheprad werden vervangen door ijzeren exemplaren. De nu nog aanwezige gietijzeren bovenas uit 1842 is één van de oudste van het land. Zeldzaam echter is de constructie van de kap: alle belangrijke constructiedelen (voeghouten, windpeluw, lange spruit en staart) zijn hier in ijzer uitgevoerd. Het toenmalige polderbestuur was hierin bepaald vooruitstrevend. Doorslaande muren zijn bij stenen molens een veel voorkomend euvel. Om dit tegen te gaan werden molens vaak voorzien van een teerlaag. Tot voor kort was het mode om molens na een restauratie zo “mooi” mogelijk op te leveren, en werd de teerlaag verwijderd. Één van de charmes van deze molen is dat men ook nu nog aan zijn zwart geteerde romp kan aflezen dat in het verleden de functionaliteit als werktuig voorop stond. In en om de Polderse molen is ondanks alle technische verbeteringen het authentieke 18e eeuwse karakter goed bewaard gebleven. In 1935 werd bij de molen een elektrisch hulpgemaal geplaatst. In maart 2006 werd de molen in verband met ingrijpend herstel onttakeld. Niet alleen diverse onderdelen, zoals staart en roeden, moesten vervangen worden; de stenen romp was hier en daar erg slecht en moest grondig worden gerestaureerd. Het unieke ijzerwerk van de kap is zoveel mogelijk gerestaureerd en niet zonder meer vervangen. In maart 2008 werd de geheel herstelde kap geplaatst; daarna werd de staart afgehangen. Kort daarna was de molen weer maalvaardig. Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen wordt vernoemd naar de polder die hij kan bemalen. De aanduiding "Polderse molen" is volgens sommigen niet origineel. Uniek aan deze molen:
De kapconstructie (o.m. voeghouten, windpeluw en lange spruit) en nog andere onderdelen zijn van geklonken ijzer, alles vervaardigd door de fa. Pot.
©
Foto: Rob Pols (24-12-2008)
©
Foto: Luc Ruijgt (30-04-2008).
©
Foto: Luc Ruijgt (30-04-2008).
Laatst bijgewerkt: maandag 30 augustus 2010 |