Nederlandse Molendatabase
Leiden, Zuid-Holland
1032
Stadsmolen
1856 / 1981
Grondzeiler
Ronde stenen molen
Poldermolen
Gooimeerlaan 5
2316 JZ Leiden
X: 94159 Y: 465301
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Leiden
Gemeente Leiden, sectie N, nr. 199
Gemeente Leiden
Gemeente Leiden is eigenaar sinds 1959, daarvoor de Stadspolder
Maalvaardig
2014: 150.000
2013: 160.000
2012: 150.000
2011: 120.000
2010: 100.500
Bemalen van de vm. Slagh- of Stadspolder (resterend gedeelte), thans op vrijwillige basis
06-21976777
Op afspraak
Gering: de molen staat ingebouwd en -gegroeid; een naastgelegen hoogspanningsmast werkt sterk verkleinend
ZH035
12278
24697
Constructie
Ronde stenen molen, sterk flesvormig gemetseld
Gedekt met riet
21,00 m.
Systeem Fauël met automatische remkleppen en uitneembare steekborden op beide roeden
Van 1954 tot 1979 had de molen imitatie-fokwieken (vaak foutief 'half-verdekkerd' genoemd). Deze door A.J. Dekker bedachte 'spleetwiek' vormde een inbreuk op het octrooi van ir. P.L. Fauël en was daarom omstreden. Deze molen was de laatste die dit systeem nog had, zij het dat dit door het langdurige verval vrijwel was verdwenen.
Bij de grote restauratie van 1979/81 kreeg de molen Oud-Hollands (al waren eigenlijk fokwieken voorzien).
In 2013 is alsnog het systeem Fauël (fokwieken) met automatische remkleppen en uitneembare steekborden op beide roeden aangebracht.
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Derckx0289buiten19781981aanw.21.00 m.
klik voor meer info Derckx0290binnen19781981aanw.20.80 m.
klik voor meer info Pot2538binnen19231923?197920.80 m.
klik voor meer info Pot1972buiten19041904197920.80 m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Schretlen & Co, D.A.g.n.18561856aanw.04.02 m.
41 houten rollen; kruihaspel
Vlaamse vang; vangbalk met haak; vangstok; kneppel
IJzeren scheprad, Ø 4,93 m.; breed 0,30 m. in de molen.
Bovenwiel 50 kammen
Bovenschijfloop 24 staven, steek 13,5 cm.
Onderschijfloop 17 staven
Onderwiel 68 kammen, steek 14,7 cm.
Overbrengingsverhouding 1,92 : 1
P. Kapteijn den Bouwmeester (1856)
Fa. Verbij / Fa. Hegeman (1979/81)
Eenvoudige baard, donkergroen geverfd, met uitgehakt en in rood uitgevoerd het jaartal '1856' en enige kleine versieringen.
Verwijzingen
Geschiedenis
De Slagh- of Groote en Kleine Stadspolder bestond als waterschap reeds vóór 1641 en werd op 1 mei 1970 wegens ontpoldering opgeheven.

De huidige molen heeft diverse voorgangers gehad; de laatste was een in 1804 gebouwde houten molen, die in 1856 alweer moest worden afgebroken omdat deze sterk was verzakt. Zodoende verrees in 1856 aan de Slaaghsloot een nieuwe ronde stenen molen, waarvan de flesvorm van de gemetselde romp zeer opmerkelijk was.

De polder werd tot 1963 uitsluitend op windkracht bemalen; in dat jaar werd naast de molen een elektrisch aangedreven pomp geplaatst, maar de molen bleef ook in gebruik.
In 1967 volgde definitieve stilzetting; deels vanwege de inmiddels begonnen ontpoldering, maar vooral omdat de staat van onderhoud snel achteruit ging.

Plannen voor restauratie kwamen in de jaren '70 op gang: in 1979 werden de roeden gestreken en de kap naast de molen gezet. Bij nader onderzoek bleek echter dat de stenen romp op drie plaatsen over de gehele lengte gebroken was en niet meer kon worden hersteld: restauratie zou daarom vrijwel op complete herbouw neer gaan komen.

Vervolgens is de molen geheel afgebroken en weer opgemetseld door de fa. Hegeman uit Ter Aar; de fa. Verbij uit Hoogmade deed het molenmakerswerk. Op Nationale Molendag 1981 was de molen voorlopig draaivaardig en als zodanig te bezoeken.

Van de oude molen resteren voeghouten, bovenas, bovenwiel en -schijf, koningspil, onderschijf, wateras en sintelstukken van het scheprad. Van het oorspronkelijke metselwerk bleven alleen de waterlopen en de binnenmuur over. Het onderwiel werd in tweede instantie alsnog afgekeurd en vervangen. Het woongedeelte is bij de herbouw niet meer hersteld, al werd wel de schoorsteen nog keurig gereconstrueerd.

De molen doet thans dienst als waterververser van de nabije volkstuinen. De Stork centrifugaalpomp (uit 1963), toentertijd geplaatst als hulpmotor (destijds was de Stadspolder nog ca. 350 ha groot) doet thans dienst als hoofdbemaling en is in 2000 omgebouwd van handbediend naar automatisch. Van de oorspronkelijke polder resteert thans nog ca. 50 ha.

In mei 2013 is het wiekenkruis opnieuw opgehekt en voorzien van fokwieken met regelborden en uitneembare steekborden. Dat was bij de herbouw van 1980/81 al de bedoeling geweest, maar ging toen niet door. Door de nog steeds verslechterende molenbiotoop was het inmiddels bijna niet meer mogelijk om het scheprad mee te kunnen laten draaien en daarom koos men alsnog voor fokken. Ook is de kleurstelling gewijzigd en weer teruggebracht naar de toestand van 1950, toen de molen bedrijfsvaardig was met de imitatie-fokwieken. Dus zijn ook de witte 'sokken' weer teruggebracht op de roeden, wat de Stadsmolen weer een nieuw/oud aanzien geeft.

Molenaars van deze molen
:
Abraham Kroon (1850 - 1858, maalde dus ook op de voorganger)
Henrik Hunterman (1859 - 1898)
P. van der Pouw Kraan (1898 - 1904)
B. van der Pouw Kraan (1904)
M. van der Pouw Kraan (1905 - 1913)
Willem van den Berg (1913 - 1920)
Boudewijn Merbis (1920 - 1945)
Henk Merbis (1945 - 1947)
Jan van der Pouw Kraan (1947 - 1967; daarna op vrijwillige basis tot 2003).
Aanvullingen

Deze molen is vernoemd naar de (nu grotendeels verdwenen) polders die hij kon bemalen: de Grote en Kleine Stadspolder.

De stenen romp vertoont een merkwaardige 'flesvorm'. Bij geen enkele molen in Nederland was dat zo duidelijk aanwezig als hier, tot 2010: toen werd de stenen romp van boezemmolen Nr. 6 te Haastrecht na bijna 100 jaar onttakeling gecompleteerd. Deze (veel grotere) molen heeft eveneens in sterke mate die bijzondere vorm.

De Slaaghsloot, waarop de molen uitmaalt, wordt vanouds "Stinksloot" genoemd. Al in 1835 wordt in Leidse kranten deze naam gebruikt. Vooral later werd die naam niet zozeer bekend als wel berucht: allereerst vanwege het rioolgemaal dat hier stond (allang vervangen door een zuiveringsinstallatie), maar ook omdat hier de dode dieren uit de stad werden begraven. Die werden in een groot gat gedumpt waarover ongebluste kalk werd gegooid. Het kon hier soms ondraaglijk stinken: het kwam voor dat men de kalk vergeten was en molenaar Merbis aarde op de ontbindende rotzooi moest gooien om de stank te remmen. De kleine molenaarswoning werd anno 1936 dan ook gebouwd omdat Merbis min of meer de molen uitstonk!

F. Grims, Ontstaan en geschiedenis van de poldermolens in Leiderdorp (Leiderdorp 2009),
pp. 187 - 204.
Overige foto's
Stadsmolen, Leiden, Foto: Philip Pijnnaken (20-8-2004).
© Foto: Philip Pijnnaken (20-8-2004).
Stadsmolen, Leiden, Foto: Toby de Kok (16-9-2007).
© Foto: Toby de Kok (16-9-2007).
Stadsmolen, Leiden, In het midden tussen de flat en de molen - heel klein - de andere Leidse molen De Valk. Foto: Rob Pols (12-7-2012).
© In het midden tussen de flat en de molen - heel klein - de andere Leidse molen De Valk. Foto: Rob Pols (12-7-2012).
Stadsmolen, Leiden, Foto: Toby de Kok (16-9-2007).
© Foto: Toby de Kok (16-9-2007).
Stadsmolen, Leiden, Foto: Philip Pijnnaken (8-6-2013).
© Foto: Philip Pijnnaken (8-6-2013).
Stadsmolen, Leiden, Foto: Philip Pijnnaken (8-6-2013).
© Foto: Philip Pijnnaken (8-6-2013).
Stadsmolen, Leiden, Foto: Leo Middelkoop (28-7-2013).
© Foto: Leo Middelkoop (28-7-2013).
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: zondag 10 mei 2015 | Geschiedenis Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten    
zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen Stadsmolen, Leiden home vorige pagina