Algemene
informatie - Molentypes in Nederland
- Molenseinen - Aanvullende
informatie
(Teksten: Hans de Kroon)
Algemene
informatie over molens
Zolang
de mensheid graan verbouwt voor voedsel bestaat er behoefte
aan dit graan tot meel te verwerken.
Eeuwenlang deed men dat met primitieve hulpmiddelen, door
middel van hand- en lichaamskracht, later door rosmolens
(met paardekracht dus) of op waterradmolens. In een later
stadium ontstond de windmolen, die in ons vlakke, winderige
land veel opgang deed. Dit deed de vraag naar deze molens
stijgen en hieruit volgde weer een gunstige uitwerking op
de technische ontwikkeling van de windmolen. Daardoor werd
zij ook voor steeds meer andere zaken, dan graan malen aangewend.
Men pelde er gerst mee tot gort; destijds een bijna dagelijks
gebruikt volksvoedsel. Men zaagde de boomstammen ermee tot
balken, planken en latten. Zij maakten papier, zij sloegen
olie uit de oliehoudende zaden zoals lijnzaad en raapzaad.
Specerijen werden er gemalen en mosterd gemaakt. De volmolens
bewerkten weefsels tot ons beroemde laken. Hennepkloppers
bewerkten de stengels van hennep zodanig dat zij gebruikt
konden worden voor de fabricage van touw en zeildoek. Het
is dus niet onbegrijpelijk dat vele huidige industrieën
hun oorsprong in het molenbedrijf vonden. Als voorbeeld
hiervan moge de Zaanstreek dienen, waar de vele molens aan
de basis stonden van de huidige nijverheid in deze streek.
En wat wij vooral niet moeten vergeten is dat het de molens
waren die de grote meren, zoals Beemster, Purmer, Schermer
e.d. droogmaalden en dat zij nog vrij recent de "waterhuishouding
" van Nederland regelden. Het is nauwelijks voor te stellen
dat er een periode was dat er zo'n 9000 molens tegelijk
aanwezig waren. Nu zijn er nog maar een kleine duizend windmolens
over. De oorzaken van deze teruggang zijn vele, maar de
voornaamste is de komst van andere, nieuwe bronnen van drijfkracht:
de stoommachine en verbrandings- en electro-motoren.
Blikseminslag
gevolgd door brand, zware storm en oorlogshandelingen hebben
ook flink onder de molens huisgehouden en van geld en animo
voor herbouw was nauwelijks sprake. Molens zijn zonder meer
de meest kwetsbare categorie van het Nederlandse monumentenbezit.
Het behoort dan ook een belangrijke taak te zijn van de
overheid en het Nederlandse volk, dat dat minimum van circa
1 000 overgebleven molens een absoluut minimum blijft. Velen
begrepen dit inmiddels en verenigden zich tot dat doel in
landelijke, provinciale en lokale molenverenigingen. De
bekendste hiervan zijn de vereniging "De
Hollandsche Molen" (sinds 1923 op de bres) en het "Gilde van Vrijwillige Molenaars".
De leden van dit gilde houden de molens gaande, die anders
tot stilstand, tot nietsdoen en ondergang veroordeeld zouden
zijn. Aan de reeks: Molens, Stilstand, Verval, Restauratie,
voegden deze vrijwilligers het woord "Werk" toe. Want molens
moeten werken, daarvoor zijn zij gebouwd. Dankzij hen blijft
Nederland molenland. Ook dankzij hen zullen wij getuige
kunnen blijven van de onmisbare rol, die de molen vervult
in het Nederlandse landschap met zijn wijde horizon en boeiende
wolkenhemel. Voor U lezer, moge deze website een leerzame
kennismaking zijn met ons "nationale handelsmerk" en vanzelfsprekend
hopen wij dat U hierdoor de molen voortaan gaat "zien" en
bewonderen als monument van vernuft en vakmanschap.
Hoewel
molens in meerdere landen voorkomen, hebben zich in Nederland
de meeste variaties ontwikkeld en is de grootste perfectie
in de constructie bereikt. Molens kunnen worden ingedeeld
naar hun uiterlijk, naar hun taak en naar hun bedieningswijze.
Tot de uitvinding van de stoommachine waren molens de belangrijkste
energievoorzieners. In de 19e eeuw telde Nederland nog ruim
10.000 molens. Anno 1999 staan er, volgens de gegevens van
de Vereniging De Hollandsche Molen te Amsterdam, 1035 windmolens
(in 1981 nog maar 973!) en 106 waterradmolens in ons land.
Van de windmolens is meer dan de helft een grondzeiler,
zijn er ruim 300 stellingmolens en ruim 120 beltmolens.
Voordat de windmolen in Nederland in de 13e eeuw zijn intrede
deed, werd de benodigde energie voor het malen van graan
vaak opgewekt door paarden in een zogenaamde rosmolen.
Algemene
informatie - Molentypes in Nederland
- Molenseinen - Aanvullende
informatie
(Teksten: Hans de Kroon)
top