Molen Proosdijmolen / Zeldenrust, Schimmert

Schimmert, Limburg
v

korte karakteristiek

naam
Proosdijmolen / Zeldenrust
modeltype
Kantige molen, beltmolen
functie
korenmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
restant
adres
Achter Schimmert 2
6333 BN Schimmert
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
03929
oude dbnr.
V251
Meest recente aanpassing
| Adres
media-bestand
Molen 03929 Proosdijmolen / Zeldenrust (Schimmert)

Foto coll. J. Broere

locatie

plaats
Schimmert
plaatsaanduiding
Achter Schimmert
gemeente
Beekdaelen, Limburg
streek
Zuid-Limburg
kadastrale aanduiding 1811-1832
Schimmert C (1) 444 Wed. Pieter Willem Willems, notaris
geo positie
X: 186071, Y: 323827
N: 50.90337, O: 5.82889

constructie

modeltype
Kantige molen, beltmolen
krachtbron
wind
functie
romp
achtkante bovenkruier
inrichting

n.v.t.

plaats bediening
beltmolen
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
vlucht
23,5 m
Kantel uw mobiel om de tabellen helemaal te zien
wiekenkruis
fabrikant roenummer positie bouw fabricagejaar jaar gestoken positie jaar verdwenen lengte
Fransen ✉︎ g.n. buiten 1929 1929 buiten 1962 22,50
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
restant
bouwjaar
verdwenen
geschiedenis

De naam "Zeldenrust" geraakte al snel in de vergetelheid.
Later werd hij de Proosdijmolen genoemd, een naam die meer inhoud had.
De tijd is de windmolen niet steeds gunstig gezind geweest.
August Eduard Willems, die de molen erfde, moest om het maalbedrijf gaande te houden bij de windmolen een stoommachine plaatsen.
Daarvoor kreeg hij in 1867 toestemming van het provinciaal bestuur.
De stoommachine met de ketel en een maalstoel werden in een apart gebouwtje naast de windmolen geplaatst. Het geheel kreeg de naam "windgraanmolen met stoomvermogen".
In het begin van deze eeuw werd de stoommachine door een motor vervangen.
Het molen-achtkant stond op een ronde gemetselde onderbouw van baksteen en was gedekt met geteerd asfaltpapier.
De onderbouw was omgeven door een aarden berg, voorzien van een steunmuur van mergelsteen.
Op de molen, die een vlucht had van 23,5 m, lagen drie koppel stenen.

Na het overlijden van notaris Willems werd de molen bij de deling van de nalatenschap in 1842 toegewezen aan de landbouwer August Eduard Willems, te Schimmert.
Maria Josepha Frijns en andere mede-eigenaren kregen ieder 1/4 deel.
Na boedelscheiding en successie in 1857 werd de molen met aanhorigheden het volledige eigendom van Willems en bleef in zijn bezit tot 1893.
Op 19 september van dat jaar werd de molen openbaar verkocht en toegewezen aan de Gebr. Willems Hubertus en Frans Hubertus Mertens, landbouwers en molenaars in Kessel. Willems vestigde zich als molenaar en landbouwer in Schimmert en Frans woonde daarna in Lorum. In 1899 verkochten de Gebr. Mertens de molen met stal en tuin en het huis met de tuin uit de hand aan Jean Leonard Bouwers, getrouwd met Elisabeth Franssen en meester-kleermaker in Luik.
Vervolgens werd Jacques Engels gehuwd met Elisabeth Frijns en café-houder in Echt. in 1907 door koop eigenaar.

In 1915 vestigde het echtpaar Engels-Fruns zich in Schimmert. Tenslotte verkocht Engels de molen met aanhorigheden in 1918 aan Johannes Verhaegh, die reeds als molenaar op de molen stond.
In de economisch moeilijke jaren twintig en dertig was de uitwendige toestand van de molen volgens de huidige begrippen tamelijk slecht.

In 1930 werd een gebruikte buitenroede gestoken en werd de molen nog wat opgeknapt.

Op 17 oktober 1933 liet Verhaegh de motor-windgraanmolen met woonhuis, stal en andere toebehoren door notaris Dolmans uit Heerlen openbaar verkopen.
De molen werd in een advertentie aanbevolen: "als vanouds goed geklandeerd en levert een goed bestaan op".
Blijkbaar werd er door de aanwezigen te laag geboden, want de verkoop werd aangehouden.

Pas op 12 juni 1947 werd er voor het huis met tuin en de molen bij een openbare verkoop een koper gevonden.
Jan of Peter Jan Servaas Vos, molenaar in Schimmert, werd de nieuwe eigenaar.
Vos was weduwnaar van Maria Catharina Sweissen in zijn eerste huwelijk.
In zijn tweede huwelijk was Elisa Helwig Swelssen zijn echtgenote.

In 1948 bood Vos de molen in het vakblad "De Molenaar" te koop aan.
Van molenaarszijde was echter geen belangstelling meer voor de windmolen.
Hij bleef jarenlang stilstaan en de uitwendige toestand van de molen werd steeds slechter. Stukken beplanking van het achtkant verdwenen en het regenwater kon onbelemmerd binnenkomen.

Het duurde tot 1960 voordat Vos de molen met huis, stal en tuin kon verkopen.
De kunstschilder Charles of Charles Hubert Evck te Schimmert werd de nieuwe eigenaar.
De dove kunstenaar was met het lot van de molen begaan.
Hij wilde hem laten restaureren en dacht ook de benodigde financiële middelen daarvoor te kunnen bijeenbrengen.
Molenmaker Hubert Beyk uit Afferden had het herstel in 1960 begroot op 32.000 gulden.
Ook de Vereniging "De Hollandsche Molen" zette zich voor het herstel in.
Resultaten leverden de bemoeienissen echter niet op en Eyck maakte plannen om de molen te laten verbouwen tot woon- werk en studeergelegenheid.

In december 1962 liet Charles Eyck door een sloper het maal- en gangwerk uit de molen halen en de romp omvertrekken, zonder daarvoor de noodzakelijke vergunning te hebben aangevraagd. In tegenstelling tot hetgeen verwacht werd, bleek het eeuwenoude houten achtkant nog hecht en sterk te zijn.
Van de windmolen als zodanig bleef niet veel meer over. Zelfs de vrijgekomen materialen kregen geen zinvolle bestemming.
Eyck maakte het werk niet af en verkocht de overblijfselen met zijn ideeën aan de huisarts Frans Joseph Maria Hubertus Hermans te Schimmert.
Hij liet de denkbeelden van de kunstenaar realiseren. Het nieuwe bouwwerk bestaande uit een stuk molenromp voorzien van een laag kegelvormig dak met torentje, een vrijstaande woning en een bijbouw kwamen in 1965 gereed. "De Nieuwe Limburger" van 27 oktober van dat jaar besteedde er uitvoerige aandacht aan, als zou het een aanwinst voor de provincie zijn.
De verbouwde molenromp met woning en omhaagde tuin bij de monumentale watertoren, werden in 1979 opnieuw in openbare verkoop gebracht en als voormalige graanmolen de Proosdij gepresenteerd.
Daarmee werd echter niet meer bedoeld dan de stenen onderbouw van wat eens de enige achtkant-windmolen in het zuidelijk deel van de provincie Limburg was.

Bron: Bussel P.v "De M's van Lb", 1991 p.281-282

nog waarneembaar

woonhuis

aanvullingen

trivia

De molen had de kenmerken van een van elders overgebrachte molen.
Wel Limburgs waren de mergelblokken, waarmee de steunmuur om de belt was gebouwd.
De molen stond in het begin van de 19e eeuw ver buiten de bebouwing van het langgerekte dorp Schimmert.
De plek werd vroeger "Op het voetpadje", vervolgens "Op de Proosdij' en later "Achter Schimmert" genoemd.
Proosdij had betrekking op een vroeger eigendom van het gelijknamige klooster in Meerssen.

foto's

foto's