Molen van Baas, Voorburg

Voorburg, Zuid-Holland
v

korte karakteristiek

naam
Molen van Baas
modeltype
Ronde molen, stellingmolen
functie
korenmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
00973 a
oude dbnr.
V574
Meest recente aanpassing
media-bestand
Molen 00973 a Molen van Baas (Voorburg)
ansicht, coll Frans Speur

locatie

plaats
Voorburg
plaatsaanduiding
Parkweg, (vroeger de Achterweg)
gemeente
Leidschendam-Voorburg, Zuid-Holland
streek
Haaglanden
kadastrale aanduiding 1811-1832
Voorburg B (1) 397 Jacob Noorddijk, korenmolenaar
geo positie
X: 84561, Y: 453825
N: 52.06823, O: 4.35989

constructie

modeltype
Ronde molen, stellingmolen
krachtbron
wind
functie
romp
ronde bovenkruier
versieringen

Een herinneringssteen met de afbeelding van de molen is aangebracht in het pand dat thans op de plaats van de verdwenen molen staat (Parkweg nr. 7) en laat ons zien hoe landelijk de toenmalige Achterweg was.

plaats bediening
stellingmolen
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
verdwenen
afgebroken
geschiedenis

In 1679 dienden zeven Voorburgse broodbakkers bij schout en schepenen een verzoekschrift in om te komen tot oprichting van een 'coornmolen' waarvan zij de kosten gezamenlijk wilden dragen.

Op 13-07-1683 zijn François van Halewijn, heer van De Werve met de Voorburgse bakkers overeen, dat hij een nieuwe molen zal oprichten, daar de oude niet boven de bomen uitkomt en dus te weinig wind vangt.
De bakkers beloven op hun beurt dat zij aan de pachter van het gemaal het verschuldigde maalgeld zullen betalen.

Op 01-12-1684 leent Alewijn Corneliszoon Cleijweg, korenmolenaar, getrouwd met Aeltge Pieters van Meurs, fl 6000.- van Cunera Kerckhoven, weduwe van Cornelis Abberdaen. Cunera had dit bedrag betaald aan Adriaen Kerckhoven, houtkoper en meestermolenmaker te Leiden, voor het maken van een nieuwe stenen windkorenmolen in Voorburg. 

Op 18-01-1686 verkoopt Alewijn Corneliszoon Cleijwegh de helft van de nieuwe stenen molen aan Dirck Gerritszoon van der Waert. Het betreft ook de huur van de wind, molenhuis, erf en weitje ten oosten van de molen, en de helft van een paard en molenkar. De schuld aan Cunera Kerckhoven wordt afgelost en fl 700.- wordt betaald aan de smid Henrick Pieterszoon Rabelinck. De helft wordt overgenomen door de koper. Bovendien betaalt hij fl 1350,- contant. 

In 1695 was Cornelis Pietersz Witteman de eigenaar van de korenmolen. Hij kocht in 1695 een pandje aan de Kerkstraat (het latere café 'het Baarsje' thans bekend als de 'Barbaars') en veranderde het in een grutterij. Deze werd later tevens grutmolen en heeft als zodanig tot 1860 bestaan.
Dit was niet de enige molen in het oude centrum van Voorburg, bij restauraties heeft men verschillende restanten teruggevonden ondermeer van een oliemolen uit het begin van de 17e eeuw, dit waren echter geen windmolens.

Op 15-09-1696 verkopen de kinderen van Adriaan Kerkhoven hun helft van de molen aan Maarten Claaszoon Overvest, korenmolenaar en Maria Teunis van Rijn, weduwe van Arij Janszoon van der Kleij voor de som van fl. 7000.-. 

Op 26-05-1710 verkoopt Klaas Overvest zijn deel van de molen aan Dirk Gerritsz van der Waart, die al de helft van de molen bezat (gekocht in 1686) voor het bedrag van fl 4180.-, waarvan fl. 1070.- voor losse goederen. 

09-11-1744 Na het overlijden van Dirk Gerritz van der Waart in 1744 verkopen zijn erfgenamen op 9 november 1744 de molen aan Jan van Setten. Het betreft een stenen windkorenmolen met drie paar stenen, zijlen, kruirepen (touwen), billen (hamers om molenstenen te scherpen), molenkar etc. De molen staat op de grond van Jacob Stats van Halewijn, heer van Werve. De molen wordt betaald met een schuldbrief van fl. 12402.- 

29-05-1788 Na het overlijden van Jan van Setten in 1775, verkoopt zijn weduwe Anna Wuijster op 29 mei 1788 de molen aan Abraham de Cocq (gehuwd met Dirkje Pors, overleden in 1795 in Voorburg) voor de som van fl 8000.- en een custingbrief van fl 17000.- (totaal bedrag: fl 25000.-). Een custingbrief is een schuldbekentenis voor onroerend goed. Het totaal bedrag omvat fl 16000.- voor de molen en fl 9000.- voor de woning en toebehoren. De molen staat nu op de grond van Maria Emilia de la Riviere, vrouwe van Werve, de weduwe van generaal majoor Anthonij Levijn van Pabst 

In december 1787 wordt de windkorenmolen te Voorburg te koop aan geboden. Contact via secretaris Bos aldaar. 

In December 1795 wordt de molen opnieuw aangeboden met een opleveringsdatum in mei 1796. 

Op 03-06-1796 verkoopt Abraham de Cocq de molen aan Jacob van den Arend voor de prijs van fl 16400.-. Het betreft een stenen windkorenmolen met drie paar stenen, zes zeilen, een kruireep met een bezotreep en een vangtouw, 20 billen met een rijmbil en drie bilkussens, een molenkar en paard, houten schalen, een ijzeren evennaar (balans) met 190 pond gewicht, een grote en een kleine handboom 

In augustus 1796 wordt het Huis te Werve te koop aangeboden, inclusief het recht van de wind en het recht tot de koornmolen en molenaarswoning op recognitie van fl 165.- per jaar, uitgegeven tot het jaar 1880, en het weiland ten noorden van de molen, verhuurd voor fl.60.- per jaar. 

Op 26-06-1797 leent Jacobus van der Arend uit Kralingen fl 5000.- van Jacob Vollebregt te Hillegersberg met de molen als onderpand. Hiermee lost hij de schuld af aan de eigenaar van het Huis te Werve. Jacob van der Arend verhuurt de molen aan zijn zoon Johannes van der Arend. 

26-07-1819 Jacob overlijdt te Voorburg en is in financiele problemen. Op verzoek van Willem Andreis van Santhuyzen, rentenier te Den haag, legt de deurwaarder Jacobus Charles van der Blom beslag op de molen, huis, erf en weiland van Jacob van de Arend en zijn echtgenote Maria Sieburger. 

In 1821 is de molen nog steeds niet verkocht. 

In 1831 plaatst de molenaar J. Noorddijk een advertentie waarin hij meldt dat zijn molen weer op volle kracht gaat werken. Door problemen met belastingheffing van Den Haag op graan gemalen in Voorburg was hij gedwongen zijn productie te veminderen. Een verandering in de wetgeving heeft dit problem opgelost. 

In februari 1839 zoekt Jacob Noorddijk, koren-molenaar te Voorburg, een gehuwd persoon, oud 36 jaren, om als molenaar of molenaarsknecht op de molen te komen werken. In augustus 1839 kondigt notaris H. van Zegwaard te Voorburg aan dat hij op woensdag 16 oktober 1839 in het logement de Zwaan gaat veilen: de steenen wind-korenmolen in Voorburg, voorzien van 4 paar maalsteenen, waarvan 3 met regulateurswerken; voorts een woning en wei- of hooiland daarbij gelegen.

Op 01-11-1841 maakt J. Baas bekend dat hij de Voorburgse korenmolen van J. Noorddijk heeft overgenomen. Bronnen: Haags Gemeentearchief, Rechterlijk Archief van Voorburg, Archiefnummer 5440-01, inventarisnummers 1-21, 1602-1811, transcriptie van Ruud Bosscher + bijdragen van gemeente archieven in Delft en Leiden en informatie uit boeken en kranten gevonden op de www.delpher.nl webs

Jan Baas, (geboren in Rijnsaterswoude) werd in 1841 voor fl 10.000 de eigenaar van de korenmolen met huis en erf. Hij kocht het geheel van Jacob Noordijk die naar Leiden vertrok.
Jan Baas trouwde met Aaltje Engel, kregen oa twee zonen te weten Leendert (1848) en Johannes Pieter (1850).

In 1879 was Jan Baas 67 jaar, in dat jaar werden de twee zonen eigenaar van de molen, de paardenstal en wagenhuis, woonhuis en nog twee woningen, en stukken wei- en grasland. De oude woning bleef bewoond door Jan en Aaltje Baas. De zoon Leendert (30jr) was in 1879 gehuwd met Neeltje van der Loo (27jr) uit Kethel. De overdracht hield in dat het hele molencomplex voor fl 15.000, te voldoen door overname van de hypothecaire schuld van fl 5.000 en een schuldbekentenis aan hun vader van fl 10.000.
Beide leningen tegen de gangbare rente van 5%. Eigen geld konden de broers niet overleggen.
Omdat de molenaars nog windrecht hadden destijds, werden de bomen aan de Laan van Nieuw Oosteinde tot een bepaalde hoogte gehouden om de molen in de wind te houden.

De laatste molenaar op de windkorenmolen was de in 1885 geboren Leendert Baas en naar hem werd de molen 'de molen van Baas' genoemd.

Baas werd op I0-07-1914 failliet verklaard en drie maanden later verhuisde hij naar Rijswijk.
Dit zou erop kunnen duiden dat de molen sindsdien heeft stilgestaan, temeer waar hij reeds in 1916 werd afgebroken.

Tekst deels van A. Bom, 15-12-2023

nog waarneembaar