Molen Stadsmolen, Leiden

Leiden, Zuid-Holland
b

korte karakteristiek

naam
Stadsmolen
modeltype
Ronde molen, grondzeiler
functie
poldermolen
bouwjaar
herbouwd
1981
bedrijfsvaardigheid
Maalvaardig
bestemming

Bemalen van de vm. Slagh- of Stadspolder (resterend gedeelte), thans op vrijwillige basis

adres
Gooimeerlaan 3
2316 JZ Leiden
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
12278
oude dbnr.
B1032
Meest recente aanpassing
| Tellerstand
media-bestand
Molen 12278 Stadsmolen (Leiden)
Frank Moerland (17-9-2017)

locatie

plaats
Leiden
gemeente
Leiden, Zuid-Holland
kadastrale aanduiding
Gemeente Leiden, sectie N, nr. 2407
geo positie
X: 94159, Y: 465301
N: 52.17250, O: 4.49780
biotoopwaarde
2 (bedenkelijk)
landschappelijke waarde
Tamelijk gering: de molen staat grotendeels ingesloten door lage industriële bebouwing en ook staan er veel bomen; een naastgelegen hoogspanningsmast werkt bovendien sterk verkleinend.

contact en bezoek

bezoek/postadres
Gooimeerlaan 3
2316 JZ Leiden
molenaar
Philip Pijnnaken / Job de Groen
telefoon
06-58927644
open voor publiek
ja
open op zaterdag
nee
open op zondag
nee
op afspraak
ja
openingstijden
toegangsprijzen
winkelinformatie
meelverkoop
nee
museuminformatie
gericht op scholen
nee
bijzonderheden
fietsroute
fietsroute in de buurt van Stadsmolen via fietsnetwerk.nl

constructie

modeltype
Ronde molen, grondzeiler
krachtbron
wind
functie
romp
Ronde stenen molen, sterk flesvormig gemetseld
kap
Gedekt met riet
inrichting

IJzeren scheprad, Ø 4,93 m.; breed 0,30 m. in de molen.

versieringen

Eenvoudige baard, donkergroen geverfd, met uitgehakt en in rood uitgevoerd het jaartal '1856' en enige kleine versieringen.

plaats bediening
grondzeiler
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
kruiwerk
Rollenkruiwerk; 41 houten rollen. Kruirad.
vlucht
21,00 m.
vang
Vlaamse vang; 4 scharnierende stukken. Vangbalk met haak; vangstok. Kneppel; pal.
overbrenging

Bovenwiel 50 kammen
Bovenschijfloop 24 staven, steek 13,5 cm.
Onderschijfloop 17 staven
Onderwiel 68 kammen, steek 14,7 cm.
Overbrengingsverhouding 1,92 : 1

hoogte
wiekvorm
Systeem Fauël met automatische remkleppen en uitneembare steekborden op beide roeden
Kantel uw mobiel om de tabellen helemaal te zien
wiekenkruis
fabrikant roenummer positie bouw fabricagejaar jaar gestoken positie jaar verdwenen lengte
Derckx ✉︎ 289 buiten 1978 1981 buiten aanw. 21,00
Derckx ✉︎ 290 binnen 1978 1981 binnen aanw. 20,80
Pot ✉︎ 2538 binnen 1923 1923? binnen 1979 20,80
Pot ✉︎ 1972 buiten 1904 1904 buiten 1979 20,80
wiekverbeteringen

Van 1954 tot 1979 had de molen imitatie-fokwieken (vaak foutief 'half-verdekkerd' genoemd). Deze door A.J. Dekker bedachte 'spleetwiek' vormde een inbreuk op het octrooi van ir. P.L. Fauël en was daarom omstreden. Deze molen was de laatste die dit systeem nog had (zij het dat dit door het langdurige verval vrijwel was verdwenen).
Bij de grote restauratie van 1979/81 kreeg de molen Oud-Hollands (al waren eigenlijk fokwieken voorzien).
In 2013 is alsnog het systeem Fauël (fokwieken) met automatische remkleppen en uitneembare steekborden op beide roeden aangebracht.

bovenas
fabrikant asnummer fabricagejaar jaar gestoken jaar verdwenen lengte
Schretlen & Co, D.A. ✉︎ g.n. 1856 1856 aanw. 04,02
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
werkend
bouwjaar
bedrijfsvaardigheid
Maalvaardig
bestemming

Bemalen van de vm. Slagh- of Stadspolder (resterend gedeelte), thans op vrijwillige basis

molenmaker
P. Kapteijn den Bouwmeester (1856) Fa. Hegeman, Ter Aar, metselwerk; fa. Verbij, Hoogmade, molenmakerswerk (1979/81)
omwentelingen
eigendomshistorie

De Molenstichting Leiden en Omstreken is eigenaar sinds 20 september 2016, daarvoor was dat de gemeente Leiden sinds 1959, daarvoor de Stadspolder vanaf de bouw.

geschiedenis

De Slagh- of Groote en Kleine Stadspolder bestond als waterschap al vóór 1641 en werd op 1 mei 1970 wegens ontpoldering opgeheven.

De huidige molen heeft diverse voorgangers gehad; de laatste was een in 1804 gebouwde houten molen, die in 1856 alweer moest worden afgebroken omdat deze sterk was verzakt. Zodoende verrees in 1856 aan de Slaaghsloot een nieuwe molen, en wel een rond stenen exemplaar met een zeer opmerkelijke flesvormig gemetselde romp.

De polder werd tot 1963 uitsluitend op windkracht bemalen; in dat jaar werd naast de molen een elektrisch aangedreven pomp geplaatst, maar de molen bleef in gebruik.
In 1967 volgde definitieve stilzetting; deels vanwege de inmiddels begonnen ontpoldering, maar vooral omdat de staat van onderhoud, met name van de stenen romp, snel achteruit ging.

Plannen voor restauratie werden in de jaren '70 gemaakt. Deze waren hard nodig want de molen was onderhand niet meer dan een bouwval.
In 1979 werd begonnen: men streek de roeden en zette de kap naast de molen neer. Bij nader onderzoek bleek vervolgens dat de stenen romp op drie plaatsen over de gehele lengte gebroken was en niet meer kon worden hersteld: restauratie zou daarom vrijwel uitdraaien op herbouw.

In de loop van 1980 werd de molen geheel afgebroken en vervolgens weer opgemetseld door de fa. Hegeman uit Ter Aar; de fa. Verbij uit Hoogmade deed het molenmakerswerk. Op Nationale Molendag 1981 was de molen voorlopig draaivaardig en als zodanig te bezoeken. Later in dat jaar heeft men dit zeer grote project voltooid.
Van de oude molen resteren voeghouten, bovenas, bovenwiel en -schijf, koningspil, onderschijf, wateras en sintelstukken van het scheprad. Van het oorspronkelijke metselwerk bleven alleen de waterlopen en de kamermuur over. Het onderwiel werd in tweede instantie alsnog afgekeurd en vervangen. Het woongedeelte is bij de herbouw niet meer hersteld (al werd de schoorsteen nog keurig gereconstrueerd).

Van de oorspronkelijke Grote en Kleine Stadspolder resteert thans nog ca. 50 ha. bemaalbaar gebied. De Stork centrifugaalpomp, in 1963 geplaatst als hulpgemaal voor de destijds nog ca. 350 ha. grote polder, werd later hoofdbemaling en is in 2000 omgebouwd van handbediend naar automatisch. De molen kan zo nodig de polder eveneens bemalen.

In mei 2013 is het wiekenkruis opnieuw opgehekt en voorzien van fokwieken met regelborden en uitneembare steekborden. Dat was bij de herbouw van 1980/81 al de bedoeling geweest, maar toen werd het toch Oud-Hollands. Door de nog steeds verslechterende molenomgeving was het inmiddels bijna niet meer mogelijk om het scheprad mee te kunnen laten draaien en daarom koos men vele jaren later alsnog voor fokken. Ook is de kleurstelling gewijzigd en min of meer teruggebracht naar de toestand van 1950, toen de molen bedrijfsvaardig was met de imitatie-fokwieken. Dus zijn ook de witte 'sokken' weer teruggebracht op de roeden, wat de Stadsmolen weer een nieuw/oud aanzien geeft.

In het late najaar van 2019 begon de molenmaker met vernieuwing van de fokken (in een houtsoort die wat duurzamer moet zijn); in een latere fase kreeg de kap een geheel nieuw rietdek. Dit werk werd in januari 2020 opgeleverd. Kort daarna begon de volgende klus: herstel van het metselwerk. Dat was enige maanden later gereed.

Daarna was het aan het Hoogheemraadschap van Rijnland om een belangrijke waterstaatkundige ingreep te doen: een geheel nieuw gemaal, tussen weg en molen gelegen. De centrifugaalpomp werd na gereedkomen van het gemaal verwijderd en ter plaatse realiseerde men een constructie waardoor er voldoende water kan worden ingelaten. Zo zal de Stadsmolen naar keuze op de boezem of in circuit kunnen malen. Opmerkelijk hierbij: de gehele bemaling, al tientallen jaren onder beheer van de gemeente, valt thans weer onder het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Molenaars van deze molen:
Abraham Kroon (1850 - 1858, maalde dus ook op de voorganger)
Henrik Hunterman (1859 - 1898)
P. van der Pouw Kraan (1898 - 1904)
B. van der Pouw Kraan (1904)
M. van der Pouw Kraan (1905 - 1913)
Willem van den Berg (1913 - 1920)
Boudewijn Merbis (1920 - 1945)
Henk Merbis (1945 - 1947)
Jan van der Pouw Kraan (1947 - 1967; daarna vanaf 1981 tot 2003 op vrijwillige basis).

 

aanvullingen

toelichting naam

Deze molen is vernoemd naar de (nu grotendeels verdwenen) Grote en Kleine Stadspolder, waarvan hij een restant nog kan bemalen.

unieke eigenschap

De stenen romp vertoont een merkwaardige 'flesvorm'. Bij geen enkele molen in Nederland was dat zo duidelijk aanwezig als hier, tot 2010: toen werd de stenen romp van boezemmolen Nr. 6 te Haastrecht na bijna 100 jaar onttakeling gecompleteerd. Die (veel grotere) molen heeft eveneens in sterke mate die bijzondere vorm.

literatuur

F. Grims, Ontstaan en geschiedenis van de poldermolens in Leiderdorp (Leiderdorp 2009), pp. 187 - 204.

trivia

De Slaaghsloot, waarop de molen uitmaalt, wordt vanouds "Stinksloot" genoemd. Al in 1835 wordt in Leidse kranten deze naam gebruikt. Vooral later werd die naam niet zozeer bekend als wel berucht: allereerst vanwege het rioolgemaal dat hier stond (allang vervangen door een zuiveringsinstallatie), maar ook omdat hier de dode dieren uit de stad werden begraven. Die werden in een groot gat gedumpt waarover vervolgens ongebluste kalk werd gegooid. Maar evengoed kon het vlakbij de molen onverdraaglijk stinken: het kwam wel voor dat men de kalk was vergeten en molenaar Merbis aarde op de ontbindende massa moest scheppen om de ergste stank te remmen. De kleine molenaarswoning is anno 1936 dan ook gebouwd omdat Merbis min of meer de molen uitstonk! (Merbis had zelf ook, niet onterecht, een woning in Leiden, op de Maresingel).

foto's

foto's